Blijvend letsel verzacht door goede financiële vergoeding
Een 40-jarige directeur van een technische onderneming is als voetganger aangereden door een vrachtauto. Als gevolg hiervan heeft het slachtoffer een hersenschudding met blijvende geheugenproblemen opgelopen, waardoor hij ook nog zijn baan verliest.
De verzekeraar van de eigenaar van de vrachtauto stelt in beginsel dat de gevolgen van het ongeval wel meevallen en wijt het ontslag van de directeur aan een mogelijk arbeidsconflict. Men bood vervolgens een schadevergoeding aan van enkele tienduizenden euro’s. De rechtsbijstandsverzekering van de directeur vond dit, na ruim 4 jaar dossierbehandeling, een redelijke schadevergoeding. Onze cliënt kon zich hiermee absoluut niet verenigen en wendde zich tot Drost Letselschade voor een second opinion.
De schade blijkt, na deskundige beoordeling door Drost Letselschade, veel groter dan oorspronkelijk gedacht. Al snel werd duidelijk dat de redelijkheid van het gedane voorstel ver te zoeken was. De man in kwestie was immers geen directeur meer, was gedeeltelijk arbeidsongeschikt geraakt en aangewezen op een WIA/WAO-uitkering. Zorgvuldige en deskundige behandeling van deze zaak leidde na anderhalf jaar tot een regeling van de schade die wel paste bij de gevolgen van het door hem opgelopen letsel. De zaak tussen de (voormalig) directeur en de verzekeraar van het transportbedrijf werd naar volle tevredenheid afgewikkeld met een beduidend hogere schadevergoeding: er werd door de verzekeraar een bedrag van een paar ton uitgekeerd. Ook de kosten van Drost Letselschade werden door de verzekeraar van de vrachtauto volledig vergoed.
