Afgelopen week ontving de Tweede Kamer een brief van staatssecretaris Visser van Defensie over onderzoek naar de gezondheidsrisico’s van het gebruik van CARC op de POMS-locaties. Ze had eerder al toegezegd dat ze de Kamer nader zou informeren over de voortgang van het aanvullend onderzoek dat zich richt op de gezondheidsrisico’s door het gebruik van CARC-verf op de POMS-locaties. Hierover had voormalig minister Hennis-Plasschaert de Kamer eerder geïnformeerd.

In deze brief ging ze in op de opzet en het Plan van Aanpak voor dit onderzoek zoals dat door de paritaire commissie op 11 oktober besloten was op basis van advies van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Op basis van het rapport “Evaluatie en prioritering schadelijke stoffen in CARC, gebruikt op de Nederlandse POMS-locaties” (RIVM-rapport 2018-0050) heeft de paritaire commissie besloten het vervolgonderzoek in eerste instantie te richten op de component hexamethyleen diisocyanaat (HDI) in CARC.

Deze prioritering is gebaseerd op de relatief hoge gehalten van dit bestanddeel in alle typen CARC gedurende de relevante periode van gebruik op de POMS en de toxicologische classificatie sensibiliserend/allergeen waar in principe geen drempelwaarde voor bestaat. De Paritaire Commissie heeft besloten dat op basis van de bevindingen van het onderzoek naar de gezondheidsrisico’s van HDI in CARC en op advies van het RIVM prioriteiten van het onderzoek naar de gezondheidsrisico’s van CARC zullen worden vastgesteld.

Plan van Aanpak

Het Plan van Aanpak HDI/POMS met daarin opgenomen de specifieke onderzoeksvragen en een uitwerking per werkpakket is door de paritaire commissie vastgesteld. De onderzoeksvragen zijn gebaseerd op de breder geformuleerde onderzoeksvragen voor het onderzoek naar de gezondheidsrisico’s door het gebruik van chroom-6 en CARC bij Defensie. Deze vragen waren op hun beurt weer gebaseerd op de vragen die verschillende betrokkenen voor aanvang van het onderzoek hebben aangedragen.

Het RIVM zal dit onderzoek op vergelijkbare wijze uitvoeren als het onderzoek naar de gezondheidsrisico’s van chroom-6 op de POMS en betrekt onder andere de Universiteit van Utrecht, de Universiteit van Maastricht en TNO bij de uitvoering van het onderzoek. Zoals toegezegd in de beleidsreactie van de staatssecretaris ingaande op de vierde aanbeveling zal de paritaire commissie in de bestaande samenstelling ook bij dit onderzoek verantwoordelijk zijn voor de inhoudelijke aansturing.

De staatssecretaris zegde toe, dat ze de Kamer zal informeren over de voortgang van het onderzoek en de conclusies en aanbevelingen van de paritaire commissie. De volledige brief is te downloaden via de website van de Rijksoverheid.

Over chroom-6

Daarnaast ontving de Tweede kamer ook een drietal brieven, waarin de staatssecretaris antwoord gaf op door de Kamer gestelde vragen over de onthulling van Nieuwsuur (in september j.l.) dat de bescherming van defensie-personeel tegen chroom-6 nog steeds onvoldoende zou zijn.
Ook deze brieven zijn in te zien via de website van de Rijksoverheid onder Documenten met als trefwoord: chroom-6.