In november 2016 beloofde minister Hennis-Plasschaert van Defensie de Tweede Kamer, dat zij in januari 2017 de Kamer opnieuw zou informeren over de stand van zaken betreffende het dossier chroomhoudende verf bij Defensie. Dit weekend stuurde zij de Kamer een brief, waarin ze ingaat op de ontwikkelingen sinds de vorige rapportage van oktober 2016. Aan de orde komt de voortgang en uitbreiding van het onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de verlaging van de grenswaarde voor chroom-6. Ook de uitkomsten van de gezondheidskundige onderzoeken en de stand van zaken van de meldingen en de coulanceregeling komen in de brief aan de orde.

Voortgang RIVM-onderzoek

In de rapportage van oktober 2016 meldde de minister dat de algemene vragen over chroom-6 (werkpakket 3) waren beantwoord. Verder liet zij weten dat het literatuuronderzoek naar de effecten van chroom-6 op de gezondheid (werkpakket 5.1) voor een belangrijk deel gereed was. Inmiddels heeft het RIVM laten weten dat het verzamelen van de wetenschappelijke literatuur in het najaar van 2016 is voltooid. De resultaten zijn vervolgens voor een inhoudelijke toetsing aan een groep deskundigen (expertgroep) voorgelegd.

Aanvankelijk was het voornemen van het RIVM om de vragen van (oud-)medewerkers in fases te beantwoorden. Dat had de minister in de brief van 21 oktober 2016 ook gemeld. Naar aanleiding van gesprekken met deskundigen, en na behandeling in de paritaire commissie, heeft het RIVM er echter voor gekozen de communicatie niet eerder te starten dan na afronding van het onderzoek en de inhoudelijke toetsing door de expertgroep. Dit om zo volledig mogelijk te kunnen zijn. Het RIVM zal de resultaten van werkpakket 5.1 in februari 2017 bekendmaken in een e-mailbericht aan de (oud-)medewerkers, een brochure, een publicatie op de website en een interne nieuwsbrief.

Uitbreiding RIVM-onderzoek

In de brief van 15 november jl. is de Kamer gemeld dat het huidige onderzoek naar het gebruik van chroomhoudende verf op de POMS-locaties zal worden uitgebreid. De uitbreiding behelst een onderzoek naar het gebruik van CARC op de POMS-locaties en van chroomhoudende verf op andere defensielocaties. Deze uitbreidingen waren reeds voorzien. De voorbereidingen voor de twee onderzoeken zijn inmiddels in volle gang. Beide onderzoeken zullen binnen het huidige onderzoekskader worden uitgevoerd.

Verlaging grenswaarden chroom-6

Op 18 oktober 2016 is er een lagere wettelijke grenswaarde voor chroom-6 vastgesteld, die per 1 maart a.s. in werking treedt. Deze verlaging heeft tot gevolg dat Defensie de werksituaties, waarbij blootstelling aan chroom-6 kan voorkomen, opnieuw gaat beoordelen. Dit gebeurt ten behoeve van eventuele aanvullende maatregelen ten opzichte van de maatregelen naar aanleiding van de Quick Scan Chroom VI. De minister zal de Kamer hierover in de volgende rapportage nader informeren.

Detectie-pen

Om direct te kunnen bepalen of chroom-6 aanwezig is in oude verflagen op materieel, gebruikt het personeel sinds eind november 2016 een detectiepen. Deze ‘chromate checker’ detecteert chroom-6 in de primer of coating. Zo kan personeel snel bepalen of chroom-6 op de werkplek aanwezig is en kunnen, zo nodig, snel beschermende maatregelen worden genomen.

Gezondheidskundig onderzoek

Alle medewerkers die nu nog aan chroom-6-verbindingen kunnen worden blootgesteld, wordt een preventief medisch onderzoek (PMO) aangeboden. Zij kunnen op vrijwillige basis deelnemen aan een urineonderzoek. Inmiddels hebben 283 medewerkers het PMO ondergaan en is bij 56 werknemers een urineonderzoek uitgevoerd. In geen van de urinemonsters werd een concentratie chroom-6 boven de screeningwaarde gevonden.

Meldingen, coulanceregeling en bezwaarschriften

Het aantal registraties bij het meldpunt van het Centrum Arbeidsverhoudingen voor Overheidspersoneel (CAOP) is sinds oktober 2016 nauwelijks gestegen, van 2556 naar 2561. Tot 2 januari hebben 719 (oud-)medewerkers een beroep gedaan op de coulanceregeling die in maart 2015 is ingegaan. Daarvan zijn 255 aanvragen toegekend en uitgekeerd. Er zijn nog zes aanvragen in behandeling. Er zijn 456 aanvragen afgewezen omdat deze niet voldeden aan de voorwaarden op het gebied van de aandoening, de functie of de duur van de blootstelling. Bij bezwaren die zich richten op de functie destijds of de duur van de blootstelling, wordt na een onafhankelijk advies zo nodig opnieuw naar de individuele situatie gekeken.

In de coulanceregeling staat vermeld dat een aanvraag kan worden ingediend binnen twee jaar na inwerkingtreding van de regeling (1 maart 2015). In de coulanceregeling staat ook dat deze termijn zal worden verlengd als het RIVM-onderzoek niet binnen deze termijn is voltooid. Aangezien het RIVM-onderzoek niet voor 1 maart 2017 zal zijn voltooid, is de termijn voor het indienen van aanvragen inmiddels verlengd, in ieder geval totdat het RIVM-onderzoek klaar is.

De minister zal de Tweede Kamer blijven informeren over de uitkomsten van de onderzoeken en hoopt voor de zomer een volgende brief met de stand van zaken te sturen.

Bron: Rijksoverheid.nl