De cijfers die staatssecretaris van Financiën Menno Snel deze week aan de Tweede Kamer stuurde over letselschadeuitkeringen, komen niet in de buurt van de werkelijke getallen. Letselschade-experts verbaasden zich over de bedragen waar de staatssecretaris mee rekent.

Onlangs ontving de Tweede Kamer een brief van de staatssecretaris waarin deze reageerde op een motie over letselschadevergoedingen. Vorig jaar november verzochten twee Kamerleden de regering een poging te doen in kaart te brengen hoeveel mensen bij benadering letselschadevergoeding hebben. Daarnaast wilden ze zien wat het financieel beslag is als letselschadevergoedingen uitgezonderd worden van de vermogensbelasting. En als laatste wilden ze weten op welke wijze de letselschadevergoedingen buiten de vermogensbelasting gehouden kunnen worden en hoe het zit met de uitvoerbaarheid door de Belastingdienst.

Inzicht in letselschadevergoedingen

In zijn antwoord ging de staatssecretaris in op de eerste twee vragen. Hij probeerde in kaart te brengen hoeveel mensen bij benadering een letselschadevergoeding ontvingen. Er vindt geen renseignering plaats door verzekeraars van uitgekeerde letselschades. Renseignering is de wettelijke verplichting tot het verstrekken van bepaalde voorgeschreven gegevens en inlichtingen aan de Belastingdienst door verzekeraars. Om inzicht te krijgen in het aantal en de omvang van uitgekeerde letselschadeuitkeringen is daarom contact gezocht met het Verbond van Verzekeraars. De uitkomsten hiervan zijn verwerkt in een tabel over het aantal jaarlijkse letselschadevergoedingen en de hoogte van de uitgekeerde bedragen.

Fouten in berekening

Diverse letselschade-experts verbaasden zich over de bedragen waar Snel mee rekende. Zo zou er jaarlijks 96 miljoen euro uitgekeerd worden aan slachtoffers, terwijl de werkelijkheid waarschijnlijk een factor tien hoger ligt. Het ministerie bevestigt dat er mogelijk fouten zijn gemaakt met de cijfers. “We hebben begrepen dat deze cijfers mogelijk niet op een goede manier geëxtrapoleerd zijn”, zegt een woordvoerder van het ministerie van Financiën. “We zijn daar nog over in overleg met het Verbond van Verzekeraars. Als er inderdaad fouten zijn gemaakt, zullen we dat zo snel mogelijk corrigeren.”

Reacties

Volgens de cijfers die werden aangeleverd door het Verbond van Verzekeraars zijn er gemiddeld ongeveer vijftig slachtoffers per jaar die een schadevergoeding hoger dan 200.000 euro ontvangen. “Dat heb ik als kantoor alleen al”, zegt Rini Withagen, voorzitter van branchevereniging van Nederlandse Letselschade Experts (NLE). Letselschade-advocaat Evert Jan Dennekamp reageert op LinkedIn: “Ook hier: veel meer hoge schades dan op grond van het marktaandeel te verwachten is.”
Letselschade-advocaat Edwin Bosch concludeert eveneens dat de cijfers over de grote schadevergoedingen niet kunnen kloppen. “Ook niet wanneer je de lange(re) looptijd van die zaken meeneemt in de marktbenadering”, zegt Bosch op LinkedIn. Het Verbond wil nog niet officieel reageren op de cijfers.

Prinsjesdag

Op Prinsjesdag wordt duidelijk op welke wijze letselschadevergoedingen buiten de vermogensbelasting gehouden kunnen worden. Dit laat staatssecretaris Snel weten in dezelfde brief aan de Tweede Kamer. Op welke wijze letselschadeuitkeringen buiten de vermogensrendementsheffing kunnen worden gehouden, hangt mogelijk samen met de uitkomsten van een onderzoek. In dit onderzoek wordt gekeken naar opties om specifiek belastingplichtigen met vooral of uitsluitend spaargeld tegemoet te komen. Voor een kabinetsreactie is een zorgvuldig afgewogen antwoord nodig. Snel wil de kabinetsreactie op de motie tegelijk met de resultaten van het onderzoek op Prinsjesdag 2019 aan de Kamer sturen.

BRON: AMweb