Bent u als fietser het slachtoffer geworden van een verkeersongeval? En was dat fietsongeluk niet uw schuld? Met een beetje pech heeft u niet alleen schade aan uw fiets, maar ook persoonlijk letsel opgelopen. Waarschijnlijk heeft u recht op een schadevergoeding voor uw letsel. Wij helpen u graag bij het verhalen van uw letselschade. En dat zonder kosten. Want de aansprakelijke partij moet ook de kosten van onze dienstverlening betalen.

fietsongevalIn het kort:

  • Er is sprake van letselschade als u lichamelijk of geestelijk letsel heeft opgelopen.
  • U heeft (in principe) recht op schadevergoeding als uw letsel de schuld is van een ander.
  • Als de aansprakelijkheid erkend is, kunt u de schade die het gevolg is van het opgelopen letsel claimen.

Bij erkenning van aansprakelijkheid kost de juridische hulp van Drost Letselschade u niets. Die kosten moet uw tegenpartij namelijk ook betalen. Dat is zo in de wet bepaald.

Recht op schadevergoeding bij fietsongeluk

Heeft u tijdens uw deelname aan het verkeer als fietser letselschade opgelopen door een verkeersongeval? Wanneer iemand anders aansprakelijk is voor dit ongeval, dan heeft u in principe recht op een vergoeding voor de door u opgelopen schade. Dát iemand anders aansprakelijk is, zult u overigens wel moeten kunnen aantonen. En ook dat uw letselschade is ontstaan door het betreffende fietsongeluk. Dit lijkt misschien eenvoudig, maar dat is het niet altijd. Het beste kunt u dan ook de hulp inroepen van een letselschade-expert.

De hoogte van uw schadevergoeding wordt door een expert van Drost voor berekend. Zo wordt duidelijk wat de aansprakelijke partij aan u moet vergoeden. Factoren die van invloed zijn op de hoogte van de schadevergoeding zijn bijvoorbeeld:

  • de ernst van het fietsongeluk
  • de invloed van uw letsel op uw dagelijkse leven
  • alle door het ongeval veroorzaakte onkosten
  • het mislopen van inkomen

Wilt u meteen checken of u in aanmerking komt voor een vergoeding van uw letselschade door een ongeval? Doe dan nu onze letselschadetest. Deze vindt u hieronder.

Doe hier onze letselschadetest!

Zo weet u meteen of u recht heeft op een schadevergoeding.

Aansprakelijkheid bij ongeval als fietser

FietsongelukBij het bepalen van de aansprakelijkheid bij een fietsongeluk geldt de bepaling van Artikel 185 van de Wegenverkeerswet. In dit artikel is bepaald dat de eigenaar van een motorrijtuig altijd aansprakelijk is voor bij een verkeersongeval ontstane letselschade, als het slachtoffer niet tevens door dat motorrijtuig vervoerd werd. In eenvoudige taal staat er dit: de automobilist (of motorrijder, etc.) moet de schade van de fietser vergoeden.
Maar dat is anders wanneer er sprake zou zijn van overmacht, dan wel opzet of grote roekeloosheid aan de kant van de fietser. Artikel 185 van de Wegenverkeerswet heeft als doel de zwakke verkeersdeelnemers te beschermen. Een fietser loopt bij een aanrijding met een auto immers een groter risico op letsel dan de automobilist. Maar als de automobilist overmacht kan aantonen, dan is hij niet aansprakelijk. In de praktijk wordt overmacht zelden aangenomen. Heeft de fietser het ongeval opzettelijk veroorzaakt of is hij/zij bijzonder roekeloos geweest? Dan heeft het gedrag van de fietser gevolgen voor de mate van aansprakelijkheid. Het kan dan zijn dat de fietser (een deel van) de eigen schade moet dragen.
Tot slot kan de leeftijd van de fietser nog van invloed zijn op de mate van aansprakelijkheid van de bestuurder van het motorvoertuig:

  • Is de fietser jonger dan veertien jaar, dan is de bestuurder van het motorvoertuig eigenlijk altijd aansprakelijk en moet de schade voor 100% worden vergoed.
  • Is de fietser ouder dan veertien jaar, dan moet de bestuurder, ongeacht de schuldvraag, in ieder geval altijd 50% van de schade vergoeden. In hoeverre verdere schadevergoeding moet plaatsvinden is dan afhankelijk van de mate waarin de fietser zelf schuld aan het ongeval heeft gehad.

Aansprakelijkheid bij ongeval met elektrische fiets

Actueel is de vraag wie aansprakelijk is bij een ongeluk tussen een motorvoertuig en een elektrische fiets. Hierbij maken we onderscheid tussen twee soorten elektrische fietsen. Namelijk de standaard elektrische fiets en de (high) speed pedelec. Artikel 185 van de Wegenverkeerswet geldt alleen voor elektrische fietsen met trapondersteuning tot 25 km/h. Dus alleen fietsers die rijden op een standaard elektrische fietsen krijgen de bescherming van artikel 185 van de Wegenverkeerswet. Deze verkeersdeelnemers met een elektrische fiets worden ook als zwakkere verkeersdeelnemer gezien.
Fietsers op een speed pedelec worden gezien als sterkere verkeersdeelnemers. Deze voertuigen vallen onder de regelgeving voor brom- en snorfietsen. Bij de bepaling van aansprakelijkheid tussen een motorvoertuig en een speed pedelec is artikel 185 van de Wegenverkeerswet niet van toepassing. Bij een ongeval tussen een speed pedelec en een motorvoertuig worden de betrokken partijen als gelijke verkeersdeelnemers gezien.

Zoals u las, is het dus bij het bepalen van de aansprakelijkheid na een verkeersongeval van belang om te weten welk soort verkeersdeelnemers er bij het ongeval betrokken waren. Selecteer in onderstaand schema uw eigen situatie en de situatie van uw tegenpartij. Kijk vervolgens bij Stap 3 voor meer informatie over de aansprakelijkheidsregelingen bij uw verkeersongeval als fietser.

Wie is aansprakelijk voor letsel na een verkeersongeval?

Bij het bepalen van de aansprakelijkheid bij een verkeersongeval is het ook belangrijk tot welk type verkeersdeelnemer u zelf behoorde en tot welk type uw tegenpartij behoorde.

Welk type verkeersdeelnemer was u tijdens het ongeval?

Voetganger
Fietser
Scooter
Motor
Auto
Vrachtauto
Trekker
Anders

Welk type verkeersdeelnemer was de tegenpartij tijdens het ongeval?

Voetganger
Fietser
Scooter
Motor
Auto
Vrachtauto
Trekker
Anders

Wanneer er een ongeluk plaatsvindt tussen twee zwakke verkeersdeelnemers, geldt de ‘normale’ aansprakelijkheid: Degene die het ongeval heeft veroorzaakt, is in principe aansprakelijk voor de letselschade van de tegenpartij. Als de veroorzaker van het ongeval geen aansprakelijkheid erkend, dan moet de eisende partij (het slachtoffer) de aansprakelijkheid aantonen. Bij aansprakelijkheid kan het slachtoffer zijn schade claimen bij de verzekeraar van de veroorzaker (aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren, ook wel AVP genaamd) die verantwoordelijk is voor het ongeval.

Wanneer de tegenpartij geen AVP heeft, houdt dat niet in dat er dan geen mogelijkheden zijn voor het verhalen van de schade. De veroorzaker van het ongeval is gehouden de schade te vergoeden. Heeft hij geen AVP, dan moet hij persoonlijk instaan voor de schade of er zonder achterlaten van gegevens vandoor is gegaan, wordt het lastiger deze aansprakelijk te stellen. U doet er goed aan zo veel mogelijk feiten vast te leggen en de namen van evt. getuigen te noteren. In dat verband kunt u ook overwegen de politie te verzoeken van het voorval een proces-verbaal op te stellen.
Wanneer één van beide partijen jonger is dan 14 jaar geldt de aansprakelijkheidsregeling van artikel 6:164 BW. Deze stelt dat een kind jonger dan 14 jaar niet zelf (vanwege een ‘onrechtmatige daad’) aansprakelijk gesteld kan worden voor een ongeval. Of en in hoeverre de ouders voor hun kind onder de 14 jaar, of tussen 14 en 16 jaar, aansprakelijkheid zijn, hangt van de situatie af.

In alle gevallen is het verstandig om als slachtoffer gegevens van het ongeval en van de tegenpartij te verzamelen! Hoe meer informatie u als slachtoffer over de situatie kunt aanleveren, des de beter kan een letselschade-expert beoordelen hoe het zit met de aansprakelijkheid.

Hebt u een ongeval gehad? En wilt u weten of uw tegenpartij aansprakelijk is en of u recht heeft op een schadevergoeding? Neem dan contact met ons op voor kosteloos advies via ons Contactformulier. Of bel ons voor een gratis eerste advies op: 0800 – 24 90 300 (dit is een gratis nummer).

Wanneer een ongeluk plaatsvindt tussen twee sterke verkeersdeelnemers, gelden de normale regels van aansprakelijkheid: Degene die het ongeluk heeft veroorzaakt, is in principe aansprakelijk voor de letselschade van de tegenpartij. Als de veroorzaker van het ongeval geen aansprakelijkheid erkent, moet de partij die schadevergoeding eist (het slachtoffer) de aansprakelijkheid aantonen. Het slachtoffer kan zijn schade dan claimen bij de (verplichte) WAM-verzekeraar van de veroorzaker van het ongeval.

Wanneer de tegenpartij (ondanks de verplichte WAM-verzekering) niet verzekerd is, of is doorgereden zonder zijn gegevens achter te laten, dan is het raadzaam om zoveel mogelijk bewijs te verzamelen en de politie te vragen een proces-verbaal van het ongeval te laten opmaken. Vooral wanneer u als slachtoffer bij het ongeval letsel heeft opgelopen. Mogelijk kunt u dan aanspraak maken op een schadevergoeding via het Waarborgfonds Motorverkeer.
Is het ongeluk ook deels aan het slachtoffer zelf te wijten? Dan kan het zijn dat een deel van zijn (letsel)schade niet door de tegenpartij vergoed hoeft te worden. De ernst van het letsel en de mate waarin zelf een fout werd gemaakt, is daarbij van belang.

Zelf betrokken bij een ongeval? En wilt u weten of uw tegenpartij aansprakelijk is en u recht heeft op een schadevergoeding? Neem dan voor een kosteloos eerste advies contact met ons op via ons Contactformulier. Of bel ons gratis telefoonnummer 0800 – 24 90 300. Dan weet u meteen waar u aan toe bent!

Wanneer er een verkeersongeval plaatsvindt tussen een motorvoertuig en een voetganger of fietser, geldt wat betreft de aansprakelijkheid artikel 185 BW Dit artikel ziet op de situatie waarbij er een ongeval heeft plaatsgevonden tussen een sterke en een zwakke verkeersdeelnemer.

Artikel 185 WVW is opgesteld om de zwakke verkeersdeelnemer extra bescherming te bieden.(In het derde lid van artikel 185 WVW is namelijk bepaald, dat dit artikel niet ziet op de situatie waarin twee (of meer) op de weg rijdende motorrijtuigen betrokken zijn bij een verkeersongeval.)

De wetstekst van artikel 185 WVW (lid 1) luidt als volgt:

‘Indien een motorrijtuig waarmee op de weg wordt gereden, betrokken is bij een verkeersongeval waardoor schade wordt toegebracht aan, niet door dat motorrijtuig vervoerde, personen of zaken, is de eigenaar van het motorrijtuig of – indien er een houder van het motorrijtuig is – de houder verplicht om die schade te vergoeden, tenzij aannemelijk is dat het ongeval is te wijten aan overmacht, daaronder begrepen het geval dat het is veroorzaakt door iemand, voor wie onderscheidenlijk de eigenaar of de houder niet aansprakelijk is’.

Dit wetsartikel geldt dus wanneer er op de weg een ongeluk heeft plaatsgehad tussen een gemotoriseerde (sterke) verkeersdeelnemer met een niet-gemotoriseerde (zwakke/kwetsbare) verkeersdeelnemer. Deze laatste categorie bevat voetgangers en fietsers. In principe is de bestuurder van het motorrijtuig aansprakelijk voor de door het ongeval ontstane schade. Overigens zijn er enkele uitzonderingen.

De mate van schadevergoeding wordt beïnvloed door een aantal factoren, zoals:

  1. De bestuurder kan zich beroepen op overmacht
  2. De leeftijd van de zwakke verkeersdeelnemer (ouder/jonger dan 14 jaar)
  3. Er was sprake van opzet of daaraan grenzende roekeloosheid

Deze factoren bepalen mede of de voertuigbestuurder een schadevergoeding van 50% of 100% moet betalen. Overigens kan op grond van artikel 6:101 BW een andere verdeling van de schade tussen beide partijen worden bepaald (de zgn. causale verdeling), met eventueel een billijkheidscorrectie.
Bent u als zwakke verkeersdeelnemer betrokken bij een ongeval met een motorrijtuig? Een 100% schadevergoeding wordt niet automatisch toegekend. U doet er dan ook goed aan om de hulp in te roepen van een letselschade expert van Drost Letselschade! Zodat u krijgt waar u recht op heeft.

Wilt u weten of uw tegenpartij aansprakelijk is en of u recht heeft op een schadevergoeding? Neem voor een kosteloos eerste advies contact met ons op via ons Contactformulier. Of bel ons gratis telefoonnummer 0800 – 24 90 300. Dan weet u meteen waar u aan toe bent!

Wanneer er een verkeersongeval plaatsvindt tussen een motorvoertuig en een voetganger of fietser, geldt wat betreft de aansprakelijkheid artikel 185 BW Dit artikel ziet op de situatie waarbij er een ongeval heeft plaatsgevonden tussen een sterke en een zwakke verkeersdeelnemer.

Artikel 185 WVW is opgesteld om de zwakke verkeersdeelnemer extra bescherming te bieden.(In het derde lid van artikel 185 WVW is namelijk bepaald, dat dit artikel niet ziet op de situatie waarin twee (of meer) op de weg rijdende motorrijtuigen betrokken zijn bij een verkeersongeval.)

De wetstekst van artikel 185 WVW (lid 1) luidt als volgt:

‘Indien een motorrijtuig waarmee op de weg wordt gereden, betrokken is bij een verkeersongeval waardoor schade wordt toegebracht aan, niet door dat motorrijtuig vervoerde, personen of zaken, is de eigenaar van het motorrijtuig of – indien er een houder van het motorrijtuig is – de houder verplicht om die schade te vergoeden, tenzij aannemelijk is dat het ongeval is te wijten aan overmacht, daaronder begrepen het geval dat het is veroorzaakt door iemand, voor wie onderscheidenlijk de eigenaar of de houder niet aansprakelijk is’.

Dit wetsartikel geldt dus wanneer er op de weg een ongeluk heeft plaatsgehad tussen een gemotoriseerde (sterke) verkeersdeelnemer met een niet-gemotoriseerde (zwakke/kwetsbare) verkeersdeelnemer. Deze laatste categorie bevat voetgangers en fietsers. In principe is de bestuurder van het motorrijtuig aansprakelijk voor de door het ongeval ontstane schade. Overigens zijn er enkele uitzonderingen.

De mate van schadevergoeding wordt beïnvloed door een aantal factoren, zoals:

  1. De bestuurder kan zich beroepen op overmacht
  2. De leeftijd van de zwakke verkeersdeelnemer (ouder/jonger dan 14 jaar)
  3. Er was sprake van opzet of daaraan grenzende roekeloosheid

Deze factoren bepalen mede of de voertuigbestuurder een schadevergoeding van 50% of 100% moet betalen. Overigens kan op grond van artikel 6:101 BW een andere verdeling van de schade tussen beide partijen worden bepaald (de zgn. causale verdeling), met eventueel een billijkheidscorrectie.
Bent u als zwakke verkeersdeelnemer betrokken bij een ongeval met een motorrijtuig? Een 100% schadevergoeding wordt niet automatisch toegekend. U doet er dan ook goed aan om de hulp in te roepen van een letselschade expert van Drost Letselschade! Zodat u krijgt waar u recht op heeft.

Wilt u weten of uw tegenpartij aansprakelijk is en of u recht heeft op een schadevergoeding? Neem voor een kosteloos eerste advies contact met ons op via ons Contactformulier. Of bel ons gratis telefoonnummer 0800 – 24 90 300. Dan weet u meteen waar u aan toe bent!

Het kan gebeuren dat u het slachtoffer bent geworden van een verkeersongeval met een bijzonder (motor-)voertuig. Of misschien vond het verkeersongeval onder bijzondere omstandigheden plaats. Wie er in zo’n situatie aansprakelijk is voor uw letselschade, is niet altijd eenvoudig te bepalen. De hulp van een deskundige expert van Drost Letselschade komt u dan goed van pas.
Voorbeelden van dit soort ongevallen zijn:

  • een ongeluk met een trein, tram, metro, bus, speed-pedelec, scootmobiel, quad, landbouwvoertuig, of ander bijzonder voertuig;
  • een ongeval met een rijdier of rijtuig, of met loslopend vee of wild;
  • een ongeval onder bijzondere omstandigheden.

De bijstand door Drost Letselschade aan de slachtoffers van het ongeval in Haaksbergen met de monstertruck (september 2014) valt ook onder deze categorie. Wilt u daarover meer weten? Ga dan naar onze pagina over het Monstertruckdrama.

Wilt u weten of u uw tegenpartij aansprakelijk is en of u recht heeft op een schadevergoeding? Neem voor kosteloos advies contact met ons op via ons Contactformulier. Of bel ons op ons gratis telefoonnummer 0800 – 24 90 300. Dan weet u meteen waar u aan toe bent!

Een schadeclaim indienen

Het verhalen van uw letselschadeHeeft u een fietsongeluk gehad en daarbij letselschade opgelopen? Als de aansprakelijkheid is erkend, kunt u met succes aanspraak maken op een vergoeding van uw schade. Onze experts helpen u graag bij het verhalen van uw schade.

Let er wel op dat u uw schadeclaim niet laat verjaren. Over het algemeen kunt u tot vijf jaar na het ontstaan van uw letselschade nog een schadevergoeding vragen. Als u de voor het ongeval aansprakelijke verzekeraar rechtstreeks tot vergoeding van uw letselschade aanspreekt, heeft u daarvoor niet langer dan drie jaar de tijd.

Als niemand anders betrokken was bij uw fietsongeluk (dat noemen we een éénzijdig ongeval) dan kunt u uw schade in beginsel ook niet bij een andere partij claimen. Maar dat kan anders zijn als uw fietsongeluk is veroorzaakt door bijvoorbeeld de slechte conditie van de weg of door een andere gevaarzettende situatie. Wilt u hier meer over weten? Neem dan voor vrijblijvend advies contact op met één van onze experts.

Bij het indienen van uw schadeclaim weet uw letselschade-expert bij uitstek op welke vergoedingen u aanspraak kunt maken. Uw belangenbehartiger van Drost Letselschade weet welke onkosten u kunt verhalen op de verzekeraar van de tegenpartij. En dat zijn in principe alle kosten die u ten gevolge van uw letselschade moest maken en nog moet maken. Het is daarom verstandig dat u zelf ook zoveel mogelijk alle gemaakte onkosten bijhoudt. Drost Letselschade maakt zich hard voor een maximale vergoeding van uw schade. U heeft niet om het ongeval gevraagd. Dus waarom zou u wel met de schade moeten blijven zitten?

Juridische hulp

Als aansprakelijkheid is erkend dan heeft u als slachtoffer van een fietsongeluk recht op kosteloze juridische bijstand. Voor het verkrijgen van een optimale schadevergoeding, kunt u daarom zonder kosten de hulp inschakelen van een erkende letselschade-expert van Drost Letselschade. Bij erkenning van aansprakelijkheid verhalen wij onze kosten namelijk op de voor het ongeval aansprakelijke partij. Wel zo eerlijk. Want waarom zou u kosten moeten maken voor de bijstand van een deskundige terwijl u geen schuld hebt aan het ongeval?

Jurische hulpBij Drost Letselschade maken we geen ‘no cure no pay’-afspraken. Dat maakt dat u bij ons geen deel van uw schadevergoeding hoeft af te dragen. Want dat is wat “no cure, no pay” inhoudt. Het lijkt zo mooi: als een zaak niets wordt, dan hoeft u ook geen kosten te betalen aan uw belangenbehartiger. Echter, bij succes bent u een deel van uw schadevergoeding kwijt. Want dat deel moet u op grond van de “no cure, no pay”- afspraak dan afdragen aan uw belangenbehartiger. En dit terwijl uw belangenbehartiger zijn kosten gewoon kan indienen bij de verzekeraar (en dat doet hij ook). Bij succes wordt uw belangenbehartiger bij een “no cure, no pay”-afspraak derhalve twee keer betaald (één keer door u en één keer door de verzekeraar) . En over het algemeen zullen belangenbehartigers niet bereid zijn om “no cure, no pay”-afspraken te maken voor zaken waarbij de aansprakelijkheid op voorhand niet vaststaat. Zoals gezegd, Drost werkt niet op “no cure, no pay”-basis. Wij vinden dat geen eerlijke manier van zaken doen. Bij Drost krijgt u uw volledige schadevergoeding en vergoedt de aansprakelijke partij de kosten van onze belangenbehartiging.

Kiest u ook voor Drost? Onze expert brengt de door u geleden schade in kaart en treedt over de afwikkeling van uw schade in contact met de aansprakelijke partij. Vaak is dat een verzekeraar. Zolang uw schade nog niet is afgewikkeld, vragen wij de verzekeraar om betaling van voorschotten op uw schade. Zodat u door de gevolgen van het fietsongeval niet ook nog eens in financiële problemen komt. De afwikkeling van een letselschadezaak kan soms lang duren. Uw expert van Drost begeleidt u tijdens dit traject en staat u bij met raad en daad.

Benieuwd naar onze werkwijze? Zie hieronder ons stappenplan.

Vrijblijvend eerste advies

Bij Drost Letselschade kunt u terecht voor kosteloze professionele juridische hulp. Vooral bij het bepalen van de haalbaarheid en het indienen van een (schade)claim is onze deskundigheid onontbeerlijk. Het mooie is dat aan ons specialistisch advies, net als bij het Juridisch Loket, geen kosten voor u verbonden zijn. Wij zijn (gratis) bereikbaar op het nummer 0800-2490300 en uiteraard ook via e-mail: info@drost.nl. Eén van onze letselschade-experts zal u dan te woord staan en u voorzien van een vrijblijvend eerste advies.

De intake

Als na ons vrijblijvend advies blijkt dat u mogelijk recht heeft op een schadevergoeding en u besluit uw belangen verder te laten behartigen door Drost Letselschade, wordt er een afspraak gemaakt voor een intake-gesprek met een letselschade-expert. Dit gesprek vindt in de meeste gevallen bij u thuis plaats. Tijdens het intakegesprek zal onze expert u allerlei vragen stellen om daarmee een zo volledig mogelijk beeld te krijgen van hetgeen u is overkomen en wat de gevolgen daarvan zijn. Onze belangenbehartiger maakt een verslag van het intakegesprek en dat verslag wordt aan u toegezonden ter kennisname/correctie.

Aansprakelijkstelling / bevoorschotting

Nadat de intake heeft plaatsgevonden, wordt de voor uw schade aansprakelijke partij door Drost Letselschade aansprakelijk gesteld. Daarbij wordt gevraagd om betaling van een voorschot op uw schade, zodat u niet in financiële problemen komt. Als de aansprakelijkheid wordt erkend, wordt over het algemeen gesproken ook een voorschot op de schade betaald.

Dossierbehandeling na erkenning van de aansprakelijkheid

In het kader van de behandeling van uw letselschadezaak is het van belang dat uw schadegegevens zo goed en volledig mogelijk in kaart worden gebracht. Dat doen wij bij Drost Letselschade op een persoonlijke en betrokken wijze. Drost ontzorgt door het inwinnen van medisch advies van onze eigen artsen, het onderhouden van contacten met u en de aansprakelijke partij, het uitbrengen van advies over te nemen beslissingen en de bewaking van adequate bevoorschotting op uw schade. Zo kunt u zich op uw herstel richten. En dat is wel zo prettig! 

 

Definitieve vaststelling van de schadevergoeding

Om tot een volledige afwikkeling van uw schade te kunnen komen, moet de volledige geleden én nog te lijden schade in kaart worden gebracht. Ook moet een redelijke vergoeding van het smartengeld worden vastgesteld. Uw belangenbehartiger bespreekt met u de wijze waarop de schade naar zijn/haar mening afgewikkeld zou moeten worden. In de meeste gevallen wordt de definitieve schadevergoeding vastgesteld als er sprake is van een medische eindtoestand (het moment waarop u volledig en klachtenvrij genezen bent, of het moment dat er door de behandelend arts wordt vastgesteld dat verder herstel niet mogelijk is).

De eindafwikkeling

Om tot afwikkeling van uw schade te komen wordt een regelingsvoorstel, ook wel afwikkelingsvoorstel genoemd, opgesteld.  Dat voorstel kan door uw eigen belangenbehartiger worden gedaan, maar kan ook komen van de kant van de voor uw schade aansprakelijke partij. Als het regelingsvoorstel eenmaal op tafel ligt, volgt de onderhandeling over het voorstel. Zodra overeenstemming is bereikt, wordt uw schade in beginsel met een zogenaamde ‘vaststellingsovereenkomst’ afgewikkeld. Nadat alles met u is besproken, u met het voorstel akkoord bent gegaan en de vaststellingsovereenkomst hebt ondertekend, wordt de slotbetaling door de verzekeraar voldaan. 

U hebt als fietser een ongeval gehad? Waarschijnlijk hebt u dan recht op een vergoeding van uw letselschade.

Wilt u meer weten over wat wij kunnen doen om uw letselschade voor u te verhalen? Neem dan voor vrijblijvend advies contact op met Drost Letselschade via ons gratis telefoonnummer: 0800 – 24 90 300 of via onderstaand Contactformulier.

  • * Velden met een * zijn verplicht
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.