Een aparte groep letsel valt onder de noemer van Repetitive Strain Injury, ook wel RSI genoemd. Dit is een verzamelnaam voor allerlei spierklachten en gewrichtsklachten aan handen, polsen, armen, schouders en/of nek. De klachten vinden hun oorzaak in het gedurende lange tijd herhaaldelijk uitvoeren van dezelfde beweging. Door de herhaling ontstaat een continue spierspanning. Hierdoor kunnen er gezondheidsklachten ontstaan.

Repetetive Strain Injury

In de volksmond zijn termen als ‘muisarm’ en ‘tennisarm’ een begrip. Ook deze aandoeningen vallen onder de noemer ‘RSI’. Tegenwoordig wordt naast de term RSI ook wel de term KANS gebruikt. KANS staat voor ‘klachten aan arm-nek-schouders’. In deze tekst zullen we de meer algemeen bekende term RSI gebruiken.

Hoe ontstaat RSI

RSI-klachten ontstaan geleidelijk en kunnen voorkomen aan handen, polsen, armen, ellebogen, schouders, nek en bovenrug. De klachten beginnen meestal met tintelingen, een koud of dood gevoel of lichte pijn. Deze klachten kunnen verergeren tot chronische pijn en stijfheid. Als men last heeft van nekpijn kan dit ook hoofdpijn veroorzaken. De klachten kunnen zich ook van het ene naar het andere lichaamsdeel verplaatsen.

Wat is het verloop van RSI?

Het grote gevaar bij RSI ligt in het sluipende verloop. Veel mensen vinden het niet raar als ze soms een zere pols of koude vingers hebben. Ook zijn de pijn en vermoeidheid plaatselijk en niet echt hinderlijk. De klachten verdwijnen vaak nadat de zich herhalende beweging wordt gestaakt. Na verloop van tijd blijft de pijn echter aanhouden en begint krachtverlies op te treden. Men kan ook andere klachten krijgen zoals irritatie, zwelling, slapheid, verlies van grijpvermogen, een doof gevoel en soms zelfs verbleking van de huidskleur (door verminderde doorbloeding).
In de laatste fase van RSI blijft de pijn aanhouden, ook ’s nachts. De gewrichten kunnen gaan ‘kraken’, de huidtemperatuur verandert, de huid verkleurt en kan gaan zwellen. Alleen dit laatste stadium noemt men echte RSI.

RSI als beroepsziekte

RSI kan een beroepsziekte zijn, bijvoorbeeld door de werkhouding van de werknemer tijdens het werk. Of door de bewegingen of krachten die de werknemer moet uitoefenen bij zijn werkzaamheden. Gedacht kan worden aan:

  • Tillen
  • Neerzetten
  • Duwen
  • Trekken
  • Dragen
  • Veel kracht zetten
  • Het maken van herhaalde bewegingen (zoals het werken achter de computer of het werken achter de kassa)
  • Blootstaan aan trillingen
  • Werken in een ongemakkelijke houding.

Daarnaast heeft onderzoek uitgewezen dat ook persoons- en omgevingsgebonden factoren, zoals stress, een rol spelen.

Aansprakelijkheid werkgever bij RSI

Een beroepsziekte als RSI tast de gezondheid van werknemers aan. Naast gezondheidsschade kan het ook productiviteitsverlies en aanpassing van de werkplek of functie tot gevolg hebben. In het ergste geval kan de werknemer arbeidsongeschikt raken. Een beroepsziekte kan voor werknemers en werkgevers tot financiële schade en soms zelfs tot forse RSIjuridische claims leiden. Meestal wordt de werkgever aansprakelijk gesteld bij RSI.

Het lijkt misschien vreemd om RSI en andere beroepsziekten als letselschade te zien. Toch kan de werknemer de fysieke en mentale schade die hij heeft opgelopen op het werk wel degelijk scharen onder de noemer letselschade. Vaak is de beroepsziekte een gevolg van het feit dat de werkgever onvoldoende veiligheidsmaatregelen heeft genomen om schade te voorkomen. Werkgevers hebben namelijk de wettelijke plicht te zorgen voor een veilige werkomgeving. Als u dus slachtoffer bent geworden van een beroepsziekte, dan kunt u in de meeste gevallen bij de werkgever een schadevergoeding voor uw materiële schade en/of smartengeld (voor immateriële schade) claimen.

RSI en schadevergoeding

Wanneer u als gevolg van het uitoefenen van uw werk of beroep lijdt aan RSI-klachten en uw werkgever daarvoor aansprakelijk is, heeft u hoogstwaarschijnlijk recht op een schadevergoeding. Uw werkgever is in beginsel aansprakelijk als hij heeft nagelaten voldoende veiligheidsmaatregelen te nemen om RSI te voorkomen. Bent u door RSI niet meer of minder in staat uw werk te kunnen doen, heeft u ander werk moeten zoeken en/of bent u achteruitgegaan in verdiencapaciteit? Neem dan gratis en vrijblijvend contact op met Drost Letselschade. Als vaststaat dat uw klachten inderdaad het gevolg zijn van RSI en uw werkgever daarvoor aansprakelijk is, kunt u een letselschadevergoeding eisen. Met onze expertise op het gebied van letselschade en beroepsziekten kunnen wij u goed van dienst zijn. Zo krijgt u waar u recht op heeft.

Bewijslast bij RSI

BRSIij beroepsziekten zoals RSI moet het slachtoffer onomstotelijk kunnen aantonen dat zijn ziekte en de daardoor ontstane/opgelopen letselschade is veroorzaakt op of door zijn werk. Hij moet daadwerkelijk arbeid hebben verricht die de door de arts geconstateerde beroepsziekte heeft veroorzaakt. Bij bepaalde beroepen is die relatie vrij eenvoudig aan te tonen. Maar bij andere beroepen is dat soms moeilijker, omdat meerdere factoren van invloed kunnen zijn op het ontstaan van een beroepsziekte.
In de Arbowet is daarom vastgelegd dat de bewijslast bij de werkgever ligt: deze moet kunnen aantonen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Dat betekent dat hij dus heeft gezorgd voor veilige arbeidsomstandigheden waardoor er geen gezondheidsschade bij zijn werknemers zou ontstaan. Als een werknemer het met de veiligheidsinstructies echter (bewust) niet zo nauw heeft genomen, dan zal zijn claim hoogstwaarschijnlijk stranden. Door zich niet te houden aan voorschriften van de werkgever kan de werknemer zijn recht op een schadevergoeding verspelen.

Samengevat is dit de procedure:
1.    De werknemer moet stellen en zo nodig bewijzen dat hij schade heeft geleden én dat hij schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden;
2.    De werkgever kan vervolgens aansprakelijkheid betwisten door te bewijzen dat hij voldaan heeft aan zijn zorgplicht en dat de schade niet het gevolg is van een tekortschieten in zijn zorgplicht, maar dat deze is ontstaan door opzet of roekeloosheid van de werknemer.

Wilt u meer weten over letselschade?

  • Succespercentage van 98%
  • Persoonlijke en professionele hulp
  • Ruim 30 jaar ervaring

Veelgestelde vragen

Wat is letselschade?

Letterlijk genomen betekent letsel een beschadiging aan het lichaam die voor klachten zorgt. Veel mensen denken dan aan open wonden en botbreuken, maar letselschade is meer dan dat. Ook niet direct zichtbare verwondingen, zoals bijvoorbeeld een whiplash of een rsi-klacht kunnen voor lichamelijke beperkingen zorgen. Wij gebruiken het woord letselschade als verzamelterm voor zowel lichamelijke als psychische schade. En dan bedoelen we schade waarvoor iemand anders dan uzelf aansprakelijk is.

Welke schade krijg ik vergoed?

In het geval van letselschade kunt u onder meer denken aan vergoeding van de navolgende schade. Bijvoorbeeld gemaakte kosten van uw revalidatie, uw huishoudelijke hulp, eigen risico van uw verzekering, schade aan kleding, vervoersmiddelen en persoonlijke bezittingen, smartengeld vanwege pijn, gederfde levensvreugde, reiskosten naar artsen en therapeuten en compensatie voor het verlies van arbeidsvermogen. Voor meer kijk hier... Mocht u twijfels hebben kunt u uiteraard altijd met ons contact opnemen.

Kom ik in aanmerking voor een schadevergoeding?

Uw recht op schadevergoeding is afhankelijk van het ongeval dat u heeft gehad en wie het ongeval veroorzaakt heeft. Ook de datum van het ongeval, in combinatie met de datum waarop u wist dat u schade leed, is van belang. Dit met het oog op de verjaring. De toedracht van het ongeval en de aard van uw letsel zijn ook van belang, er kan namelijk discussie ontstaan over het antwoord op de vraag, of uw schade wel ongevalsgevolg is. De experts van Drost Letselschade helpen u graag om uit te zoeken of u recht heeft op een schadevergoeding.

Kan mijn zaak verjaren?

Ja, dat kan! De verjaringstermijn begint te lopen op het moment dat u bekend bent met het feit dat u schade heeft geleden en u weet wie de veroorzaker is. Het is dus erg belangrijk dat u tijdig een belangenbehartiger inschakelt die verjaring voor u voorkomt. Als de verjaringstermijn is verstreken en er dus sprake is van verjaring, kunt u in principe geen aanspraak meer maken op een schadevergoeding. U kunt over het algemeen tot 5 jaar na het ontstaan van het letsel om een schadevergoeding vragen. Soms is de verjaringstermijn beduidend korter: een WAM-verzekeraar kunt u maar tot 3 jaar na het ongeval aanspreken. Vraag dus altijd tijdig om advies om het verjaren van uw schadeclaim te voorkomen.

Ik heb een rechtsbijstandverzekering, is dat niet genoeg?

Vaak is een letselschadezaak een langdurig traject, zeker bij blijvend letsel. U zult over een lange adem moeten beschikken om te krijgen waar u recht op heeft. U verdient daarom een gespecialiseerde belangenbehartiger die over doorzettingsvermogen beschikt. Dit om voor u het meest optimale resultaat te behalen. De experts van Drost Letselschade zijn die doorzetters met kennis van zaken. Onze werkwijze leidt tot een goed en rechtvaardig resultaat. Ook komt het soms voor dat u voor rechtsbijstand bent verzekerd bij dezelfde verzekeraar als de verzekeraar die de aansprakelijkheid voor uw schade dekt.

Waarom zou ik een letselschade-expert van Drost Letselschade inschakelen?

Onze letselschade-experts mogen met recht 'experts' op het gebied van letselschaden worden genoemd. Niet alleen vanwege hun ruime juridische kennis en ervaring, maar ook vanwege de fatsoenlijke manier van werken. Al onze letselschade-experts zijn als Register-Expert ingeschreven in het register van het Nederlands Instituut van Register Experts (NIVRE) en/of lid van het Nederlands Instituut van Schaderegelaars (NIS). Ook houden wij ons aan de Gedragscode Behandeling Letselschade van Stichting De Letselschade Raad. Die gedragscode biedt waarborgen voor een nette behandeling van uw letselschadezaak. Wij hechten veel waarde aan eerlijkheid, transparantie en betrokkenheid. Dit blijkt ook uit het feit dat wij u in de regel thuis komen bezoeken na een ongeval.

Kan ik een aanbod van de verzekeraar bij Drost laten toetsen?

Dat kan. Echter vragen wij voor een second opinion een vast bedrag van maximaal € 1.250,00 (excl. kantoorkosten en BTW). Deze kosten kunnen vaak worden verhaald, zodat u ze feitelijk niet hoeft te betalen. Vraagt u ons om een second opinion en leidt het door ons uitgebrachte advies ertoe, dat u uw dossier ter verdere behandeling aan ons overdraagt, dan zullen de kosten van de second opinion door ons bij de aansprakelijke partij in rekening worden gebracht.

Kan ik wel een letselschade-expert betalen?

Wij verhalen de kosten van onze dienstverlening op de voor het letsel aansprakelijke partij. De diensten van Drost zijn daardoor kosteloos voor u. Als er bij uitzondering toch kosten bij u in rekening worden gebracht zal dat altijd vooraf met u worden besproken.

Is smartengeld hetzelfde als een schadevergoeding?

Smartengeld is een vergoeding voor alle pijn en al het leed dat u heeft moeten doorstaan. Smartengeld (ook wel eens 'verkeerd' geschreven als smartegeld) is een zogenaamde immateriële schadevergoeding en is dus, naast materiële schadevergoeding, onderdeel van de gehele schadevergoeding.

Wat krijg ik bij een gratis eerste advies bij Drost Letselschade?

Bij een eerste advies bespreken wij met u wat er gebeurd is. Ook kijken we of u recht heeft op een vergoeding van uw schade. Soms is er meer informatie nodig om te kunnen beoordelen of u recht heeft op een schadevergoeding. Mocht dat nodig zijn dan vragen we eerst meer informatie op. Daarna maken we een inschatting van uw mogelijkheden voor een succesvolle schadevordering. Ook vertellen wij u tijdens onze eerste kennismaking hoe het zit met de kosten van onze deskundige begeleiding. In een persoonlijk gesprek nemen we alles met u door. Zodat u weet waar u aan toe bent en u niet voor verrassingen komt te staan. Vaak zal dit persoonlijke gesprek bij u thuis plaatsvinden met één van onze experts.