De tien bestaande overheidsinspecties zouden moeten worden samengevoegd tot een onafhankelijke Nationale Veiligheidsinspectie. Dat schrijft prof. mr. Pieter van Vollenhoven in zijn boek Oproep van een waakhond, dat vandaag bij uitgeverij Balans verschijnt.

Deze nog op te richten Nationale Veiligheidsinspectie zou met een eigen wettelijke basis, op afstand van de ministeries, moeten inspecteren of de veiligheidsregels in allerlei maatschappelijke sectoren afdoende worden nageleefd. Met zo’n nieuwe overkoepelende organisatie denkt Van Vollenhoven dat er beter toezicht kan worden gehouden op de dagelijkse gang van zaken zonder dat er af en toe een oogje wordt dichtgeknepen.

Nu nog zijn inspecties als de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, de Inspectie Justitie en Veiligheid en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd onderdeel van een departement. Zij opereren onder de ‘Aanwijzingen inzake de Rijksinspecties’ en rapporteren aan de verantwoordelijk minister. Ze bepalen zelf wat zij onderzoeken en hoe zij dat doen, maar maken volgens Van Vollenhoven deel uit van de departementale ‘overlegcultuur’. Dat brengt veiligheidsrisico’s met zich mee. Bovendien schakelen zij bij strafbare feiten het Openbaar Ministerie (OM) in.

Veel respect

Van Vollenhoven stond aan de wieg van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV). De positie van de OVV is wettelijk verankerd. Wie meewerkt aan een OVV-onderzoek, heeft de garantie dat zijn verklaring niet in het strafrecht gebruikt kan worden. Dat maakt dat mensen vrij kunnen verklaren, ook als zij zelf fouten hebben gemaakt. De OVV, opgericht in 2005 met Van Vollenhoven als eerste voorzitter, wordt inmiddels alom gerespecteerd.

Huidig voorzitter Tjibbe Joustra kreeg veel waardering voor onder meer zijn onderzoek naar de toedracht van de ramp met vlucht MH17, dat los van het strafrechtelijk onderzoek werd verricht. Van Vollenhoven verwacht dat een Nationale Veiligheidsinspectie vergelijkbaar gezag kan krijgen als de OVV. Voordeel zou ook zijn dat zij op een uniforme wijze kan opereren, net als de Nationale Politie.

Veiligheid defensie

Als voorbeeld van hoe het niet moet, noemt Van Vollenhoven de net opgerichte Inspectie Veiligheid Defensie. Die is ‘gedoemd te mislukken’, schrijft Van Vollenhoven. De IVD heeft geen wettelijke regeling voor haar onderzoeken. Defensiemedewerkers, die zijn gehouden aan interne onderzoeken mee te werken, lopen daardoor het risico door het OM te worden vervolgd. Van Vollenhoven verwijst naar een Kamerbrief van minister Ank Bijleveld (Defensie) uit december: ‘Uitgangspunt is dat, indien sprake is van een mogelijk strafbaar feit, het strafrechtelijk onderzoek in beginsel prevaleert boven het interne onderzoek.’

Volgens Wim Bargerbos, de Inspecteur-Generaal Veiligheid, heeft het OM wel degelijk oog voor de eigen rol en positie van zijn inspectie. Minister Bijleveld heeft in dezelfde brief, in antwoord op vragen van het VVD-Kamerlid André Bosman, toegezegd te zullen ‘monitoren’ of er spanning zit op de bereidheid van Defensie-personeel om openlijk te verklaren. Daarover rapporteert zij de Kamer later dit jaar.

Niet onafhankelijk

Enkele jaren geleden al kwamen de heren Van Vollenhoven en Joustra al in het nieuws met hun kritiek op hoe de inspectie is geregeld in Nederland. Ze noemden het traag en niet onafhankelijk. Keer op keer zou blijken dat inspecties in Nederland te traag of helemaal niet reageren op signalen. Het was een bron van ergernis bij de twee veiligheidsexperts. Zij vonden dat het functioneren van toezichthouders hoger op de politieke agenda moet komen. Volgens Joustra en Van Vollenhoven is het duidelijk dat de politiek het belang van goed functionerende inspecties onderschat, zoals blijkt uit de forse bezuinigingen op inspectiediensten de laatste jaren.

Nederland telt tientallen toezichthouders. De terreinen die ze bestrijken, zijn zeer divers. Maar “de algemene noemer is dat de onafhankelijkheid van de inspectie onvoldoende blijkt”, zei Joustra. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om onafhankelijkheid ten opzichte van het ministerie waaraan de inspectie verantwoording moet afleggen. Maar volgens Joustra is er ook niet genoeg afstand tot de bedrijven waarop de inspectie toezicht moet houden.
Van Vollenhoven signaleerde nog dat misstanden vaker worden aangekaart door onderzoeksjournalisten of klokkenluiders, dan door inspecties.

BRON: de Volkskrant, NOS