Het strafrecht biedt het slachtoffer van een strafbaar feit het recht zich te voegen in de strafzaak tegen de dader en dan schadevergoeding van de dader te eisen. Die schadevergoeding kan betrekking hebben op materiële schade (bijv. kleding, of een beschadigde auto), maar ook op immateriële schade (ook wel ‘smartengeld’ genoemd). Als u in de strafzaak overgaat tot voeging en een vergoeding van uw schade vordert, dan moet deze vergoeding wel op eenvoudige wijze vast zijn te stellen, anders wijst de strafrechter de eis af en moet het slachtoffers via een civiele procedure schadevergoeding van de dader eisen.

Slachtoffer en hoger beroep

Het slachtoffer zelf heeft in het strafrecht geen eigen recht op het instellen van hoger beroep tegen een uitspraak. Echter, als de dader of het openbaar ministerie overgaat tot het instellen van hoger beroep, en het slachtoffer heeft zich in de voorafgaande procedure gevoegd in de strafzaak en schadevergoeding van de dader gevorderd, dan wordt zijn vordering automatisch ook in hoger beroep behandeld. Als de dader, of het openbaar ministerie geen hoger beroep in de strafzaak instelt, is de strafzaak geëindigd. Als de rechter in de strafzaak de gevorderde schadevergoeding heeft afgewezen, dan kan het slachtoffer tegen het deel van het strafvonnis, waarbij zijn vordering is afgewezen, in hoger beroep komen bij de burgerlijke (civiele) rechter. Na de uitspraak in hoger beroep in de strafzaak, kunnen de dader en het openbaar ministerie cassatie bij de Hoge Raad instellen. Aan het slachtoffer komt ook dat recht niet toe.

Slachtofferhulp

Bent u het slachtoffer van een geweldsdelict en hebt u daarbij letsel opgelopen? Drost Letselschade is specialist op het gebied van letselschade en kan u wellicht van dienst zijn. Wilt u weten wat Drost Letselschade voor u kan betekenen? Bel ons voor gratis advies op 074-2490300, stuur een email: info@drost.nl, of vul het contactformulier in op deze site.