Na een voorval met letselschade tot gevolg wil je maar één ding: duidelijkheid. Maar wanneer is de ander écht aansprakelijk voor jouw letselschade? Artikel 6:162 BW (BW is de afkorting voor Burgerlijk Wetboek) vormt vaak de juridische basis voor een schadevergoeding bij een onrechtmatige daad. Op deze pagina lees je wanneer je een beroep kunt doen op artikel 6:162 BW, wat je moet bewijzen en welke schade je kunt claimen. Zo weet je waar je aan toe bent en wat je volgende stap moet zijn.

Wat is artikel 6:162 BW?

Artikel 6:162 BW is de wettelijke basis voor aansprakelijkheid bij een onrechtmatige daad. Dat betekent dat iemand jouw letselschade moet vergoeden als die persoon door een fout, nalatigheid of onzorgvuldig handelen schade heeft veroorzaakt. Denk aan een verkeersongeval, een onveilige situatie op het werk of een andere gebeurtenis waarbij iemand anders anders had moeten handelen. Bij verkeersongevallen en arbeidsongevallen, maar ook andere ongevallen, spelen overigens ook vaak andere, meer specifiek op de situatie van toepassing zijnde, wettelijke regels een rol.

In gewone taal gaat het bij artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek om drie situaties: iemand maakt inbreuk op jouw recht, overtreedt een wettelijke regel of handelt in strijd met wat in het dagelijks leven zorgvuldig en normaal is. Daarom speelt artikel 6:162 BW bij letselschade vaak een grote rol. 

Artikel 6:162 BW, lid 1: schade vergoeden bij onrechtmatige daad

In lid 1 van artikel 6:162 BW staat de basisregel: wie een onrechtmatige daad pleegt, moet de schade vergoeden die daaruit ontstaat. Voor slachtoffers van letselschade is dit vaak het startpunt van een schadeclaim. Denk aan een situatie waarin iemand door onvoorzichtig gedrag een ongeval veroorzaakt en jij daardoor medische kosten, inkomensverlies of andere schade hebt. 

In gewone taal betekent dit: veroorzaakte een ander jouw letsel door verkeerd handelen, dan kun je die persoon aansprakelijk stellen voor jouw schade. Meer over dat proces lees je op de pagina over aansprakelijk stellen.

Lid 2: wanneer is iets onrechtmatig?

Lid 2 van artikel 6:162 BW legt uit wanneer sprake is van een onrechtmatige daad. Dat is zo bij een inbreuk op een recht, bij handelen in strijd met een wettelijke plicht of bij gedrag dat ingaat tegen wat in het maatschappelijk verkeer normaal en zorgvuldig is. Met andere woorden: niet alleen een duidelijke overtreding van een regel kan tot aansprakelijkheid leiden, maar ook gevaarlijk of onzorgvuldig gedrag.

In gewone taal betekent dit: iemand hoeft niet altijd bewust iets fout te doen om aansprakelijk te zijn. Ook nalatigheid, een onveilige situatie laten bestaan of geen redelijke voorzorgsmaatregelen nemen kan genoeg zijn voor een succesvol beroep op artikel 6:162 BW bij letselschade.

Lid 3: wanneer is die fout toerekenbaar?

Lid 3 van artikel 6:162 BW gaat over de vraag of de onrechtmatige daad aan de ander kan worden toegerekend. Dat is het geval als de fout is ontstaan door schuld, of als de oorzaak volgens de wet of de geldende opvattingen voor rekening van die persoon komt. Pas dan ontstaat er een verplichting om de schade te vergoeden. 

Concreet betekent dit: het moet wel gaan om een fout of situatie die juridisch voor rekening van de ander komt. Daarom wordt bij een letselschadeclaim altijd gekeken naar de toedracht, de omstandigheden en het beschikbare bewijs. Op de algemene pagina over letselschade lees je hoe Drost je daarbij helpt.

Wanneer is iemand aansprakelijk volgens artikel 6:162 BW?

Iemand is aansprakelijk op grond van artikel 6:162 BW als er sprake is van een onrechtmatige daad, die aan de ander kan worden toegerekend, en jij daardoor schade hebt geleden. Daarbij moet er ook een duidelijk verband zijn tussen de fout en jouw letselschade. In veel gevallen draait het dus om vijf vragen: was het gedrag onrechtmatig, is die fout toerekenbaar, heb jij schade, komt die schade door die fout en beschermt de geschonden regel juist tegen dit soort schade?

Onrechtmatigheid

Van onrechtmatigheid is sprake als iemand iets doet of juist nalaat wat niet door de beugel kan. Dat kan gaan om een overtreding van een wet, een inbreuk op jouw rechten of gedrag dat in het dagelijks leven onzorgvuldig en gevaarlijk is. Denk aan een bestuurder die geen voorrang verleent, een werkgever die een onveilige situatie laat bestaan of iemand die onvoldoende maatregelen neemt om een ongeval te voorkomen. Bij letselschade door onrechtmatige daad is dit vaak het eerste punt waar naar wordt gekeken.

Toerekenbaarheid

Niet iedere vervelende gebeurtenis leidt automatisch tot aansprakelijkheid. De fout moet ook aan de ander kunnen worden toegerekend. Simpel gezegd: het moet juridisch voor rekening van die persoon komen. Meestal is dat zo als iemand onvoorzichtig heeft gehandeld of een risico heeft laten ontstaan dat hij of zij had moeten voorkomen. Bij een beroep op artikel 6:162 BW bij letselschade wordt daarom altijd gekeken naar de omstandigheden van het ongeval en naar wat redelijkerwijs van de ander mocht worden verwacht.

Schade

Er moet wel echte schade zijn. Bij letselschade kan dat gaan om medische kosten, verlies van inkomen, reiskosten, hulp in het huishouden of smartengeld voor pijn en verdriet. Zonder schade is er geen grond voor een schadevergoeding. Daarom is het belangrijk om klachten, behandelingen en kosten goed vast te leggen. Zo wordt sneller duidelijk welke gevolgen het ongeval voor jou heeft gehad.

Causaal verband

Daarnaast moet jouw schade het gevolg zijn van de fout van de ander. Dat heet causaal verband. Met andere woorden: zonder die onrechtmatige daad was jouw letsel of schade er niet, of niet op dezelfde manier, geweest. Juist hierover ontstaat vaak discussie met een verzekeraar. Bijvoorbeeld als er voorafgaand aan het ongeval ook al klachten bestonden of als niet meteen duidelijk is waardoor het letsel precies is ontstaan. Bij schadevergoeding op grond van artikel 6:162 BW is goed bewijs daarom vaak doorslaggevend.

Relativiteit

Tot slot kijkt de wet naar relativiteit. Dat betekent dat de overtreden regel bedoeld moet zijn om jou tegen dit soort schade te beschermen. Klinkt juridisch, maar de gedachte is eenvoudig: niet iedere fout geeft automatisch recht op een schadeclaim. De geschonden norm moet passen bij de schade die jij hebt opgelopen. Juist daarom is een zaak op basis van artikel 6:162 BW vaak maatwerk. Niet alleen de fout telt, maar ook waarom die regel bestaat en tegen welk gevaar jij beschermd had moeten worden.

Schadevergoeding en artikel 6:162 BW: waarom passiviteit tot aansprakelijkheid leidt

Artikel 6:162 BW geldt niet alleen als iemand iets verkeerd dóet, maar ook als iemand juist iets had moeten doen en dat nalaat. Bij letselschade kan dus zowel actief fout handelen als passief niets doen leiden tot aansprakelijkheid. Het gaat erom of de ander zich in de situatie voldoende zorgvuldig heeft gedragen en redelijke maatregelen had moeten nemen om schade te voorkomen.

Dat zie je in de praktijk vaker dan veel mensen denken. Een automobilist die geen voorrang verleent, handelt onrechtmatig. Maar ook een werkgever of opdrachtgever die een onveilige werksituatie laat bestaan, kan aansprakelijk zijn voor de gevolgen van een bedrijfsongeval. Hetzelfde geldt voor een eigenaar die niet waarschuwt voor een gevaarlijke situatie of een organisatie die onvoldoende veiligheidsmaatregelen neemt.

Bij artikel 6:162 BW en letselschade draait het dus vaak om de vraag: had iemand anders dit ongeval redelijkerwijs kunnen voorkomen? Is het antwoord ja, dan kan er sprake zijn van een onrechtmatige daad. Denk aan een gevaarlijke situatie in het verkeer, op het werk of in de openbare ruimte. 

Hoe bepaalt een rechter volgens artikel 6:162 BW of iets onrechtmatig was?

Bij artikel 6:162 BW kijkt een rechter vaak naar de criteria die voortvloeien uit het Kelderluik-arrest om te beoordelen of iemand gevaarzettend en dus onrechtmatig heeft gehandeld. Daarbij draait het om een eenvoudige vraag: had iemand redelijkerwijs moeten begrijpen dat er een gevaarlijke situatie ontstond en had die persoon maatregelen moeten nemen om letselschade te voorkomen?

Wat is het Kelderluik-arrest?

Het Kelderluik-arrest ging over een openstaand kelderluik in een horecagelegenheid waar een bezoeker in viel. De rechter maakte daarna duidelijk welke punten van belang zijn bij de vraag of iemand aansprakelijk is voor letsel dat is ontstaan als gevolg van een onveilige situatie. Deze punten zijn nog steeds belangrijk bij letselschade door een onrechtmatige daad.

Welke vragen gebruikt de rechter?

Bij de beoordeling spelen meestal deze vragen mee:

  • Hoe groot is de kans dat mensen niet goed opletten?
  • Hoe groot is de kans dat daardoor een ongeval ontstaat?
  • Hoe ernstig kunnen de gevolgen zijn?
  • Hoe makkelijk waren veiligheidsmaatregelen te nemen?

Hoe groter het risico en hoe kleiner de moeite om maatregelen ter voorkoming van schade te nemen, hoe eerder sprake is van aansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW.

Wat betekent dat voor letselschadezaken van nu?

Situaties waarop de Kelderluik-criteria van toepassing zijn zie je veelvuldig voorkomen. Denk aan een natte vloer zonder waarschuwing, een open bouwgat, een slecht afgeschermde machine of een anderszins onveilige werkplek. In zulke situaties gaat het vaak niet alleen om wat iemand deed, maar vooral om wat diegene had moeten doen om schade te voorkomen. 

In welke situaties wordt artikel 6:162 BW bij letselschade gebruikt?

Artikel 6:162 BW wordt bij letselschade gebruikt in situaties waarin iemand door een fout, onzorgvuldig gedrag of nalatigheid schade veroorzaakt. Dat speelt niet alleen bij een duidelijk ongeval, maar ook als iemand een gevaarlijke situatie laat ontstaan of laat voortbestaan. Daarom komt artikel 6:162 BW bij letselschade in de praktijk op veel verschillende manieren terug.

Verkeersongeval

Na een verkeersongeval kan artikel 6:162 BW een rol spelen als een ander bijvoorbeeld geen voorrang verleent, te hard rijdt, afgeleid is of gevaarlijk manoeuvreert. In zulke zaken draait het vaak om de vraag wie onrechtmatig heeft gehandeld en of jouw schade daar het gevolg van is. Bij verkeersongevallen gelden overigens ook andere wettelijke regels waaruit aansprakelijkheid volgt.

Bedrijfsongeval

Ook bij een bedrijfsongeval kan een beroep op artikel 6:162 BW aan de orde zijn. Bijvoorbeeld als een werkgever, opdrachtgever of andere betrokken partij een onveilige situatie laat bestaan. Zeker als er discussie ontstaat over verantwoordelijkheid, is het belangrijk om goed te laten beoordelen op welke juridische grondslag jouw schade kan worden verhaald. Ook bij bedrijfsongevallen bestaat er buiten 6:162 BW om specifieke wet- en regelgeving.

Ongeval van een zzp’er

Voor een zelfstandige ligt aansprakelijkheid vaak anders dan voor een werknemer. Daarom is artikel 6:162 BW bij een zzp-ongeval geregeld relevant. Bijvoorbeeld als een opdrachtgever onvoldoende maatregelen heeft genomen om veilig te kunnen werken. Op de pagina over een bedrijfsongeval als zzp’er lees je meer over dit soort situaties.

Gevaarlijke situatie in openbare of private ruimte

Letselschade ontstaat ook regelmatig door een onveilige omgeving. Denk aan gladde vloeren zonder waarschuwing, losliggende tegels, slecht onderhoud, open obstakels of een gevaarlijke trap. In dat soort gevallen kan sprake zijn van een onrechtmatige daad als degene die verantwoordelijk is het gevaar had moeten voorkomen of er in ieder geval voor had moeten waarschuwen.

Diergerelateerde ongevallen

Bij een hondenbeet of ander diergerelateerd ongeval kan soms een bijzondere aansprakelijkheidsregel gelden, maar kan ook artikel 6:162 BW een rol spelen. Bijvoorbeeld als een eigenaar onvoldoende toezicht houdt of een gevaarlijke situatie laat ontstaan. Dan wordt gekeken of het gedrag van de bezitter of begeleider onrechtmatig was en of jouw letselschade daardoor is ontstaan.

Letselschade opgelopen?Doe de letselschadetest of neem vrijblijvend contact op

Wat moet je bewijzen bij een beroep op artikel 6:162 BW?

Bij een beroep op artikel 6:162 BW moet je bewijzen dat iemand anders onrechtmatig heeft gehandeld en dat jij daardoor letselschade hebt opgelopen. Het gaat daarbij om vijf punten: de fout of nalatigheid, de toerekenbaarheid, jouw schade, het verband tussen die fout en jouw letsel, en de geschonden norm moet strekken ter bescherming tegen schade zoals die door jou is geleden. Daarnaast moet je natuurlijk de hoogte van de schadevergoeding kunnen onderbouwen. Hoe beter de verschillende schadeposten zijn onderbouwd en vastgelegd, hoe sterker jouw claim staat.

Welke bewijsstukken zijn belangrijk?

Bij letselschade op grond van artikel 6:162 BW zijn deze stukken vaak waardevol:

  • foto’s van de plek van het ongeval of de gevaarlijke situatie;
  • getuigenverklaringen;
  • een schadeformulier, proces-verbaal of ongevalsrapport;
  • medische informatie van huisarts, ziekenhuis of fysiotherapeut;
  • loonstroken of gegevens over inkomensverlies;
  • facturen, bonnetjes en reiskosten;
  • correspondentie van de verzekeraar of wederpartij.

Met deze stukken kun je niet alleen laten zien dát er iets is gebeurd, maar ook welke gevolgen dat voor jou heeft gehad. Dat is belangrijk als je de ander wilt aansprakelijk stellen voor het door jou opgelopen letsel en een volledige schadevergoeding wilt claimen.

Welke letselschade kun je claimen op grond van artikel 6:162 BW?

Op grond van artikel 6:162 BW kun je in beginsel alle schade claimen die is ontstaan door een onrechtmatige daad. Dat gaat niet alleen om kosten die je direct ziet, maar ook om de impact op jouw dagelijks leven.

Je kunt bijvoorbeeld denken aan materiële (direct op geld waardeerbare) schade, zoals medische kosten, verlies van inkomen, reiskosten en hulp in het huishouden. Daarnaast heb je in principe recht op een vergoeding van immateriële schade, ook wel smartengeld genoemd. Dat is een vergoeding voor geleden pijn, klachten, angst of verlies van levensvreugde.

Welke schade precies vergoed wordt, verschilt per situatie. Op de pagina over schadevergoeding lees je welke kosten je kunt meenemen in jouw claim.

Wat is het verschil tussen artikel 6:162 BW en andere regels bij letselschade?

Artikel 6:162 BW is de algemene wettelijke bepaling voor aansprakelijkheid bij een onrechtmatige daad, maar bij letselschade is dat niet altijd de enige of meest passende juridische basis. In sommige situaties geldt een meer specifieke regeling, zoals werkgeversaansprakelijkheid bij een bedrijfsongeval, aansprakelijkheid voor dieren bij een hondenbeet of bijzondere verkeersregels bij een verkeersongeval. Daarom wordt altijd gekeken welk wetsartikel het beste past bij jouw situatie. 

Artikel 6:162 BW: de algemene regel van de onrechtmatige daad

Artikel 6:162 BW gebruik je als uitgangspunt wanneer iemand door fout handelen of nalatigheid schade veroorzaakt. Het is de brede basisregel: wie onrechtmatig handelt en daardoor letselschade veroorzaakt, moet die schade vergoeden als die daad kan worden toegerekend en aan de overige eisen van artikel 6:162 BW is voldaan. Deze grondslag zie je vaak terug bij gevaarlijke situaties, nalatigheid en andere gevallen waarin geen speciale regeling voorrang heeft. 

Artikel 7:658 BW: werkgeversaansprakelijkheid

Gaat het om letsel opgelopen tijdens het werk, dan komt vaak eerst artikel 7:658 BW in beeld. Dat artikel legt op de werkgever een zorgplicht om de werkplek, werkwijze en hulpmiddelen zo veilig mogelijk te maken. Bij een arbeidsongeval is deze wettelijke bepaling meestal van toepassing. Deze is specifieker dan artikel 6:162 BW. Dat betekent niet dat 6:162 BW nooit een rol speelt, maar wel dat een zaak eerst juridisch goed moet worden ingedeeld. De experts van Drost Letselschade zijn goed bekend met de bestaande wettelijke regels op het gebied van aansprakelijkheid. Schakel je ons kantoor in voor de behandeling van jouw letselschadezaak? Dan zoeken wij voor jou uit wat de wettelijke basis voor jouw schadeclaim is.

Artikel 6:179 BW: aansprakelijkheid voor dieren

Bij schade door een dier, zoals een hondenbeet of een ongeval met een paard, is in beginsel  artikel 6:179 BW van toepassing. Dit artikel bepaalt dat de bezitter van een dier in beginsel aansprakelijk is voor de schade die het dier aanricht. In zulke zaken gaat het derhalve niet om de vraag of iemand onzorgvuldig handelde volgens artikel 6:162 BW. Voor slachtoffers kan dat een belangrijk verschil maken. Artikel 6:179 BW is een vorm van risico-aansprakelijkheid. Schuld of verwijtbaarheid hoeft bij toepasselijkheid van dit artikel niet te worden bewezen.

Verkeersaansprakelijkheid en WAM-situaties

Bij letselschade in het verkeer spelen vaak weer andere regels mee. Naast de algemene norm van artikel 6:162 BW is er ook de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM), die regelt dat motorrijtuigen verzekerd moeten zijn voor aansprakelijkheid. Daardoor wordt in verkeerszaken niet alleen gekeken naar de fout van de bestuurder, maar ook naar de verzekeringssituatie en de specifieke verkeersrechtelijke regels die gelden. 

Juist daarom is het bij letselschade verstandig om niet zelf te gokken welk wetsartikel van toepassing is. Soms ligt de basis bij artikel 6:162 BW, maar in andere gevallen biedt een speciale aansprakelijkheidsregel meer houvast. Door dat vanaf het begin goed te beoordelen, wordt duidelijker wie je kunt aanspreken en welke schadevergoeding je kunt claimen. Ons advies: Schakel voor de afhandeling van jouw letselschadezaak een expert van Drost Letselschade in. Dan weet je zeker dat de aansprakelijkstelling correct verloopt en dat je de schadevergoeding krijgt waar je recht op hebt.

Wat moet je doen als artikel 6:162 BW op jouw situatie van toepassing lijkt?

Denk je dat artikel 6:162 BW op jouw situatie van toepassing is, dan is het verstandig om snel bewijs te verzamelen, jouw klachten vast te laten leggen door een arts en de aansprakelijkheid juridisch te laten beoordelen. Hoe eerder je dat doet, hoe groter de kans dat duidelijk wordt wat er is gebeurd, wie verantwoordelijk en daarmee aansprakelijk is en welke schadevergoeding bij letselschade door onrechtmatige daad kan worden geclaimd.

Je kunt daarbij het beste deze stappen volgen:

  1. Laat jouw klachten meteen vastleggenGa naar de huisarts of het ziekenhuis en zorg dat jouw lichamelijke en psychische klachten in jouw medische dossier komen te staan. Dat helpt om later te onderbouwen dat het letsel door het ongeval is ontstaan.
  2. Verzamel bewijs van de situatieMaak foto’s, noteer contactgegevens van getuigen en bewaar rapporten, e-mails of andere correspondentie. Bij een claim op grond van artikel 6:162 BW bij letselschade is goed bewijs vaak het verschil tussen twijfel en duidelijkheid.
  3. Bewaar alle kosten en inkomensgegevensDenk aan medische kosten, reiskosten, gemiste inkomsten en kosten voor hulp in huis. Zo wordt zichtbaar welke schade je daadwerkelijk hebt geleden. Meer hierover lees je op onze pagina over schadevergoeding.
  4. Ga niet te snel akkoord met een voorstelEen eerste voorstel van een verzekeraar lijkt soms netjes, maar sluit lang niet altijd aan op de werkelijke schade. Zeker als klachten langer aanhouden, is het verstandig om voor de afhandeling van jouw letselschade een expert van Drost in te schakelen en eerst goed te laten beoordelen waar je recht op hebt.
  5. Laat de aansprakelijkheid beoordelenNiet iedere zaak is juridisch hetzelfde. Soms ligt de basis bij artikel 6:162 BW, soms bij een andere regeling. Daarom is het slim om eerst te laten beoordelen of je een  ander kunt aansprakelijk stellen voor het door jou opgelopen letsel. De experts van Drost zijn je graag van dienst.
  6. Schakel een letselschade-expert inDan sta je er niet alleen voor. Drost Letselschade neemt het contact met de verzekeraar van je over en behartig jouw belangen. Zo kun jij je richten op jouw herstel.

Wil je weten waar je staat? Neem gemakkelijk contact op of plan een belafspraak. Zo krijg je snel duidelijkheid over jouw zaak en de mogelijkheden voor een claim op grond van artikel 6:162 BW.

Waarom Drost Letselschade inschakelen bij letselschade op grond van artikel 6:162 BW?

Bij artikel 6:162 BW wil je niet alleen weten of de ander aansprakelijk is, maar vooral dat jouw letselschadezaak goed wordt geregeld. Drost helpt slachtoffers van letselschade door een onrechtmatige daad met duidelijke uitleg, persoonlijk contact en een aanpak die is gericht op rust, herstel en het realiseren van een passende schadevergoeding. Drost  heeft wat betreft de afwikkeling van letselschadezaken een succespercentage van 98% en heeft ruim 35 jaar ervaring. Daarnaast is Drost houder van het Nationaal Keurmerk Letselschade. 

Wij weten dat er na een ongeval veel op je afkomt. Daarom nemen wij het contact met de verzekeraar en de verdere afwikkeling zoveel mogelijk van je over. Wij regelen de afwikkeling van jouw letselschade en  ondertussen kun jij je richten op jouw herstel. 

Wil je weten of jij een beroep kunt doen op artikel 6:162 BW bij letselschade? Doe dan de letselschadetest, plan een belafspraak of neem direct contact op met Drost. 

Neem contact op

Wil je jouw letselschade melden of heb je een vraag? Neem dan contact met ons op via het onderstaande formulier.
Gratis bellen mag ook: 0800-2490300

  • Succespercentage van 98%
  • Nationaal Keurmerk Letselschade
  • Ruim 35 jaar ervaring door heel Nederland
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
  • Door dit formulier te versturen verwerken wij jouw persoonsgegevens om jouw melding of vraag te behandelen. Lees hoe wij met jouw gegevens omgaan in onze privacy- en cookieverklaring.

Veelgestelde vragen over artikel 6:162 BW en letselschade

Wat staat er in artikel 6:162 BW?

Artikel 6:162 BW zegt dat iemand jouw schade moet vergoeden als die persoon een onrechtmatige daad pleegt en die fout aan hem of haar kan worden toegerekend. Het gaat dus om de vraag of iemand onrechtmatig heeft gehandeld (of nagelaten), of dat aan diegene kan worden verweten en of jij daardoor letselschade hebt opgelopen. De actuele wettekst staat in Boek 6 (artikel 162) van het Burgerlijk Wetboek.

Wanneer is sprake van een onrechtmatige daad?

Er is sprake van een onrechtmatige daad als iemand iets doet of nalaat wat in strijd is met de wet, jouw rechten of wat in het maatschappelijk verkeer als zorgvuldig geldt. Denk aan gevaarlijk rijgedrag, een onveilige werkplek of het niet nemen van maatregelen om schade te voorkomen.

Moet iemand expres hebben gehandeld?

Nee, dat is niet nodig. Ook zonder opzet kan iemand aansprakelijk zijn. Bij artikel 6:162 BW en letselschade gaat het vaak juist om onvoorzichtig, onoplettend of nalatig handelen.

Geldt artikel 6:162 BW ook bij nalatigheid?

Ja. Artikel 6:162 BW geldt niet alleen bij verkeerd handelen, maar ook bij nalatigheid. Laat iemand een gevaarlijke situatie bestaan terwijl dat voorkomen had kunnen en moeten worden, dan kan dat ook een onrechtmatige daad zijn.

Welke schade kan ik vergoed krijgen?

Je kunt zowel materiële schade als immateriële schade vergoed krijgen. Denk aan medische kosten, verlies van inkomen, reiskosten, hulp in huis en smartengeld als vergoeding voor pijn, verdriet en verlies van levensvreugde. Meer hierover lees je op onze pagina over schadevergoeding en smartengeld.

Wat moet ik bewijzen?

Bij een beroep op artikel 6:162 BW moet je laten zien dat de ander onrechtmatig heeft gehandeld en dat jij daardoor letselschade hebt opgelopen. Foto’s, getuigenverklaringen, medische informatie, loonstroken en correspondentie met de verzekeraar kunnen daarbij helpen.

Wat is het verschil tussen artikel 6:162 BW en 7:658 BW?

Artikel 6:162 BW is de algemene regel voor aansprakelijkheid bij een onrechtmatige daad. Artikel 7:658 BW gaat specifiek over de zorgplicht van een werkgever bij een bedrijfsongeval. Welke regel van toepassing is, hangt af van de situatie.

Geldt artikel 6:162 BW ook voor een zzp’er?

Ja, dat kan. Bij een ongeval van een zelfstandige wordt vaak gekeken of een opdrachtgever, bedrijf of andere partij onrechtmatig heeft gehandeld. Daarom speelt artikel 6:162 BW bij een zzp-ongeval geregeld een rol.

Heb ik recht op smartengeld?

Dat kan. Heb je pijn, angstklachten, littekens of langdurige beperkingen door een onrechtmatige daad, dan kun je smartengeld claimen naast jouw andere (materiële) schade. De hoogte van het smartengeld hangt af van de aard van het letsel en de gevolgen voor jouw leven.

Kan Drost mij helpen bij het aansprakelijk stellen?

Ja. Drost kan helpen, maar feitelijk doet Drost veel meer. Schakel je Drost Letselschade in voor de afwikkeling van jouw letselschadezaak, dan verzorgen wij de beoordeling van de aansprakelijkheid en stellen wij, als blijkt dat er aansprakelijkheid is, de wederpartij namens jou aansprakelijk, al dan niet met een beroep op artikel 6:162 BW. Wij verzamelen de gegevens die nodig zijn voor een juiste onderbouwing van jouw schadeclaim en nemen het contact met de verzekeraar zoveel mogelijk van je over. Wil je weten waar je staat? Dan kun je direct contact opnemen of de letselschadetest doen.