Passagiers die betrokken zijn bij een vliegtuigramp en hun nabestaanden kunnen voor een schadevergoeding een beroep doen op het Verdrag van Montreal. Voor de toepasselijkheid van het verdrag moet zowel er sprake zijn van een ongeval, als wel dat het land van vertrek en het land van aankomst bij het verdrag zijn aangesloten. Inmiddels zijn 102 landen toegetreden tot het verdrag, waaronder de gehele Europese Unie, de Verenigde Staten, Maleisië, Japan en China.

Het Verdrag van Montreal bepaalt in artikel 17 lid 1, dat de vervoerder aansprakelijk is voor schade die wordt geleden in geval van dood of lichamelijk letsel van een passagier, op grond van het enkele feit dat het ongeval dat de dood of het letsel heeft veroorzaakt, plaats heeft gehad aan boord van het luchtvaartuig of tijdens enige handeling verband houdende met het aan boord gaan of het verlaten van het luchtvaartuig.”

Ontheffing van aansprakelijkheid boven 100.000 SDR

De vervoerder kan onder die aansprakelijkheid uitkomen als hij bewijst dat schuld of nalatigheid van de persoon die schadevergoeding vordert of van de persoon aan wie deze zijn rechten ontleent, de schade heeft veroorzaakt of daartoe heeft bijgedragen.

Wanneer schadevergoeding wordt gevorderd wegens dood of letsel van een passagier door een ander dan de passagier, is de vervoerder eveneens geheel of gedeeltelijk ontheven van zijn aansprakelijkheid voor zover hij bewijst dat de schuld of nalatigheid van die passagier de schade heeft veroorzaakt of daartoe heeft bijgedragen.

De vervoerder is niet aansprakelijk voor de in artikel 17, eerste lid, bedoelde schade voor zover deze de 100.000 standaard rekeneenheden (SDR) per passagier te boven gaat, indien hij bewijst dat:
a) de schade niet te wijten was aan de schuld of nalatigheid van hem of van zijn hulppersonen, of
b) de schade uitsluitend te wijten was aan de schuld of nalatigheid van een derde.

Een bedrag van 100.000 standaard rekenheden is per juli 2014 ongeveer 135.000 euro.

Toepasselijk recht

Het toepasselijk recht wordt bepaald op basis van Verordening (EG) nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I).

Bij overeenkomsten voor het vervoer van passagiers kan als toepasselijk recht het recht gekozen worden van het land waar de passagier of de vervoerder zijn gewone verblijfplaats heeft. Ook kan gekozen worden voor het land waar de vervoerder zijn hoofdvestiging heeft of het land waar het vertrek of de aankomst plaatsvindt. Indien er geen rechtskeuze is gemaakt, is het recht van het land waar de passagier zijn gewone verblijfplaats heeft, van toepassing, als de plaats van vertrek of de plaats van bestemming ook in dat land is gelegen. Indien de overeenkomst een nauwere band heeft met een ander land, dan is het recht van dat land van toepassing.

Uitwerking Verdrag van Montreal in Burgerlijk Wetboek

Het Verdrag van Montreal in door Nederland uitgewerkt in het Burgerlijk Wetboek (Boek 8, Titel 16, Afdeling 3). Zie onder meer de artikelen 8:1393 en 8:1399 BW). In artikel 8:1399 BW wordt niet meer gesproken over een bedrag van 100.000 standaard rekeneenheden, maar over een bedrag dat bij algemene maatregel van bestuur wordt vastgesteld. Dat bedrag is thans vastgesteld op 113.100 standaard rekeneenheden.

Slachtoffers hebben onder voorwaarden recht op een voorschot van tenminste 16.000 standaard rekeneenheden.

Verdrag van Warschau en het Haags Protocol

Indien het Verdrag van Montreal niet van toepassing is dient onderzocht te worden in hoeverre er een beroep gedaan kan worden op het recht op schadevergoeding na een vliegtuigramp op basis van het Verdrag van Warschau en van belang zijnde protocollen, zoals het Haags Protocol.

Indien voormelde verdragen van toepassing zijn, is het Tijdelijk besluit limitering aansprakelijkheid voor terrorismeschade luchtvaart niet van toepassing.

 

Wilt u meer weten over letselschade?

  • Succespercentage van 98%
  • Persoonlijke en professionele hulp
  • Ruim 30 jaar ervaring