Vorige week ontvingen zowel de Tweede als de Eerste Kamer een brief van staatssecretaris Visser van Defensie over de termijn van toezending van het RIVM-rapport over het onderzoek naar het gebruik van chroom-6 op de POMS-locaties. De vaste commissie van Defensie had hem verzocht om te melden wanneer genoemde rapportage op zijn vroegst aan de Kamer kan worden toegezonden.

Het antwoord van de staatssecretaris op dit verzoek luidde als volgt:
“In mijn brief van 15 december 2017 heb ik gemeld uw Kamer, naar verwachting, in april 2018 de onderzoeksresultaten aan te kunnen bieden. Het staat momenteel nog niet vast of aan deze verwachting voldaan kan worden. De datum waarop het RIVM-rapport zal worden geopenbaard is namelijk afhankelijk van de definitieve voltooiing van het RIVM-onderzoek en de behandeling ervan in de paritaire commissie en het opstellen van het advies en de aanbevelingen aan Defensie.”

“De paritaire commissie heeft ondertussen de eerste concepten van het RIVM in behandeling. Bij navraag heeft de voorzitter van de paritaire commissie laten weten dat de datum waarop het advies en de aanbevelingen gereed zijn voor aanbieding aan Defensie nog niet met zekerheid is aan te geven. Ik zal uw Kamer zo spoedig mogelijk na ontvangst van het advies en de aanbevelingen van de paritaire commissie en het opstellen van mijn reactie hierop hierover informeren.”

Tussenstand

Met dit antwoord is de onzekerheid bij de ex-werknemers van defensie zeker niet weggenomen. Nog steeds wachten zij op een duidelijk antwoord van het RIVM. Hetzelfde geldt voor de chroom-6-slachtoffers uit Tilburg. Het Brabants Dagblad meldde, dat een aantal gedupeerden de gemeente per mail gevraagd hebben een informatiebijeenkomst te beleggen. Ze eisten duidelijkheid over wat anderhalf jaar onderzoek naar hun situatie tot dusverre heeft opgeleverd.

De voorzitter van de onderzoekscommissie in Tilburg deelt in het ongeduld van de slachtoffers en liet weten ‘indringend met het RIVM gesproken’ te hebben om tempo te maken. De laatste belofte is dat het RIVM in mei antwoorden levert aan de commissie, die dan in de zomer haar rapport kan uitbrengen. Maar het RIVM kon nog niet zeggen of die deadline gehaald wordt, de commissie gaat daar vooralsnog wél vanuit. Maar een tussenstand geven is volgens de commissie en het RIVMN helaas niet mogelijk.

BRON: Ministerie van Defensie en Brabants Dagblad

 


Aanvulling VBM

De inventarisatie, uitvoering en begeleiding van de onderzoeksopdracht aan en het onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) besloeg een periode van ruim twee jaar. Het onderzoeksrapport (voor wat betreft de POMS locaties en Chroom 6) wordt naar verwachting binnenkort aan de staatssecretaris van Defensie aangeboden.
Een paritaire commissie zal een advies aan de staatssecretaris uitbrengen. Peter Wulms, beleidsmedewerker/overlegvertegenwoordiger, maakt namens de VBM deel uit van de paritaire commissie, die het gehele proces rond Chroom 6 aanstuurt en begeleidt. De commissie bestaat uit vertegenwoordigers van Defensie en van de vakbonden. Ruud Vreeman is onafhankelijk voorzitter.

Het onderzoek naar blootstelling aan CARC is nog niet afgerond. Het RIVM is onlangs begonnen met het onderzoek naar blootstelling aan Chroom 6 op niet-POMS locaties (o.m. Luchtmacht- en Marinebases).

Inmiddels heeft de VBM al een aantal individuele bezwaarprocedures tegen afwijzing in het kader van de coulanceregeling gevoerd. In een aantal gevallen is het bezwaar gegrond verklaard.
Het is mogelijk dat zich nog nieuwe gevallen zullen melden, vanwege blootstelling in het verleden. Chroom 6 wordt ook nu nog gebruikt. Op die plaatsen worden strenge voorzorgsmaatregelen getroffen. Maar je kunt nooit uitsluiten dat mensen alsnog klachten krijgen door gebruik van chroom-6 houdende verf. Bij nieuwe gevallen kan individueel altijd aansprakelijkheidsstelling plaatsvinden.

BRON: VBM.info