Het komt regelmatig voor dat mede-inzittenden bij een verkeersongeval ook gewond raken. Omdat zij geen schuld hebben aan het ongeval hebben zij recht op vergoeding van hun letselschade. Maar er bestaat bij velen onduidelijkheid over het verhalen van letselschade door medepassagiers van een motorvoertuig.

Volgens de Wegenverkeerswet moeten alle motorvoertuigen verplicht verzekerd zijn voor aansprakelijkheid. Slachtoffers van een verkeersongeluk kunnen daardoor hun materiële schade en letselschade verhalen op de aansprakelijke tegenpartij. Dat geldt zowel voor de bestuurders als voor eventuele mede in- of opzittenden. Een gewonde medepassagier van een motorvoertuig heeft dan ook een goede kans dat hij zijn schade kan verhalen op degene die het verkeersongeval heeft veroorzaakt.
Toch zijn er situaties waarbij  dat niet meteen duidelijk is: Heeft een mede-inzittende namelijk ook recht op een schadevergoeding, als de bestuurder van het voertuig zelf de veroorzaker is van het ongeval is en daardoor aansprakelijk is?  Of als de mede-inzittende gewond is geraakt door het ongeval, terwijl nog niet duidelijk is wie aansprakelijk is, bij voorbeeld bij een kop-staartbotsing of een kettingbotsing. Waar moet de gewonde passagier dan zijn met zijn letselschadeclaim?

Schuldloze Derden Regeling

Om in dergelijke situaties duidelijkheid te scheppen heeft het Verbond van Verzekeraars de  ‘Bedrijfsregeling 7 Schuldloze Derden’ opgesteld. De regeling wordt ook wel: Bedrijfsregeling Schuldlozen genoemd, of Regeling Schuldloze in- of opzittenden en schuldloze derden. Deze regeling bestond al een aantal jaren, maar werd in april 2017 aangepast voor bestuurders die geen schuld hebben aan het verkeersongeluk. Ook werd de regeling verduidelijkt.
De regeling geeft regels welke verzekeraar een (letsel-)schade moet behandelen als er meerdere verzekeraars betrokken zijn. Vooral bij kettingbotsingen is dat voor een slachtoffer is dat wel zo prettig: De aangesproken verzekeraar moet de schade afhandelen. En deze kan dan eventuaal achter de schermen met andere verzekeraars de schade bij de werkelijke aansprakelijke partij neer leggen.
Het slachtoffer heeft zo zelf niets te maken met de verdere afhandeling of lang wachten op uitkeren van zijn schadevergoeding.

Toepassing Bedrijfsregeling 7

Deze regeling geldt voor twee groepen van slachtoffers: voor schuldloze derden en voor schuldloze in- of opzittenden. Wat is hierbij het verschil en wanneer is deze regeling van toepassing:

Bij een schuldoze derde gaat het om een natuurlijke persoon, die schade heeft geleden (of nog lijdt) door een schadegeval waarbij behalve hijzelf, twee of meer partijen betrokken zijn. Daarbij moet dan wel aannemelijk zijn dat de schuldloze derde geen schuld heeft aan het ontstaan van het schadegeval en/of dat het schadegeval hem ook niet toegerekend kan worden. De bestuurder van een motorvoertuig valt nu ook onder deze omschrijving ,maar niet de schuldloze in- of opzittende.

Een schuldloze in- of opzittende is nooit de bestuurde van het motorvoertuig. Het moet gaan om een mede-inzittende of -opzittende van een voertuig van een bij het Verbond van Verzekeraars aagesloten WAM-verzekeraar (WAM=Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen). Voor deze ‘passagier’ geldt dat men vanzelfsprekend de veroozaker van het ongeval kan aanspreken, maar bij twijfel kan men simpelweg de verzekeraar van het voertuig aanspreken waar hij in of op zat. Deze verzekeraar moet dan de schade gaan vergoeden, wederom zonder het verweer te mogen voeren dat wellicht anderen aansprakelijk zouden kunnen zijn.

Implicaties

Deze regeling is heel belangrijk voor iemand die in een auto zat of op een motor of brommer en dat voertuig betrokken is geraakt bij een verkeersongeval. De regeling gaat zelfs nog verder, want wanneer een medepassagier gewond is geraakt terwijl de bestuurder zelf aansprakelijk was voor een verkeersfout en deze bestuurder de eigen echtgenoot of echtgenote is, het slachtoffer zijn schade gewoon kan claimen bij de verzekering.
Een schuldloze in- of opzittende is feitelijk elke andere inzittende of opzittende van het motorvoertuig, behalve de bestuurder. En ongeacht de schuldvraag kan in principe elke mede-passagier zijn letselschade verhalen op de verzekeraar van het voertuig waar hij in of op zat. Al komt het wel voor dat verzekeraars niet automatisch op basis van deze regeling de aansprakelijkheid erkennen.
Wanneer een schuldloze derde als gevolg van een verkeersongeval overlijden, dan zullen zijn nabestaanden eveneens als schuldloze derden worden aangemerkt.
De Regeling Schuldlozen is echter niet van toepassing als de bestuurder zelf (door eigen fout) gewond is geraakt en er niet meerdere motorvoertuigen betrokken waren bij het ongeval. De bestuurder kan dan geen schadeclaim neerleggen bij zijn eigen (of andere) aansprakelijkheidsverzekeraar. Als de bestuurder echter wel een SVI-verzekering heeft (Schade Verzekering Inzittenden), dan kan hij zijn schade verhalen op die verzekeraar.

BRON: Verzekeringen.com


Advisering Drost

Wanneer u als inzittende betrokken bent geraakt bij een verkeersongeluk, kunt u bijna altijd uw schade verhalen. Wilt u weten of u ook in aamerking komt voor de ‘Schuldloze Derden Regeling’ neem dan gerust vrijblijvend en kosteloos contact op met Drost Letselschade.