Volgens immunoloog Cohen Tervaert is er wel degelijk een verband tussen chroom-6 en auto-immuunziektes. Dat stelt hij in een artikel dat eergisteren te lezen was in het NRC.

Internist-immunoloog Jan Willem Cohen Tervaert zag in Maastricht de afgelopen vijf jaar bijna twintig patiënten met dezelfde soort klachten: „Met ook steeds hetzelfde patroon.” Eerst hadden ze chronische neus- en bijholteonstekingen, allergieën, astma en huidafwijkingen. Later kwamen daar moeheid, spierpijn, koortsigheid en droge ogen bij. En op een gegeven moment ontwikkelden tien van hen (zeldzame) auto-immuunziekten zoals reuma en psoriasis.

De patiënten hadden nog iets gemeen: zij hadden gewerkt op een defensielocatie waar ze militaire voertuigen onderhielden. Bij het schuren, schilderen en lassen hadden zij giftige chroom-6-verbindingen uit de roestwerende verf binnengekregen. „Op het moment dat ze ziek werden, waren het gezonde jonge mannen tussen de 17 en 39 jaar. Terwijl auto-immuunziekten normaal gesproken op deze leeftijd vooral bij vrouwen voorkomen”, zegt Cohen Tervaert.

De arts, die nu hoogleraar is aan de universiteit van Alberta in Canada, zal dit ook via een Skype-verbinding vertellen aan de Tweede Kamer. Die houdt deze donderdag een rondetafelgesprek over chroom-6. Daarbij wordt gesproken over de rapporten die het volksgezondheidsinstituut RIVM eerder dit jaar uitbracht over het ziekmakende chroom-6.

Daarin concludeert het RIVM dat bijvoorbeeld longkanker bij bepaalde (ex-)werknemers zeer waarschijnlijk is veroorzaakt door chroom-6. Voor andere aandoeningen die werknemers hebben gemeld, zoals het uitvallen van tanden en het ontstaan van auto-immuunziekten, is er volgens het RIVM echter onvoldoende bewijs dat chroom-6 de oorzaak is. Voor hoeveel frustratie dat zorgt bij zieke oud-werknemers, blijkt uit de brieven die zij en hun vertegenwoordigers hebben gestuurd aan de Kamer. Een advocaat pleit er zelfs voor om de RIVM-rapporten „in de prullenbak” te gooien.

Erfelijke aanleg

De wrijving toont de kloof tussen de wetenschappelijke bevindingen van de RIVM-experts en de breed gedeelde ervaringen van patiënten en dokters. De RIVM-experts zochten bewijs in bestaande wetenschappelijke studies, maar voor veel aandoeningen ontbreken goede onderzoeken naar het verband met de blootstelling aan chroom-6. Ook onderzocht het RIVM de mogelijkheid van zogeheten epidemiologische studies, waarbij de (ex-)werknemers zouden worden vergeleken met de rest van de bevolking. Het opzetten van dit soort vergelijkende studies bleek echter onmogelijk, onder meer doordat niet bekend is hoeveel mensen ooit op de defensielocaties werkten.

„Het klopt dat epidemiologisch onderzoek ontbreekt, maar voor mij is het zeer waarschijnlijk dat chroom-6 deze mensen ziek heeft gemaakt”, zegt Cohen Tervaert. Chroom-6 is niet de oorzaak van auto-immuunziekten, benadrukt hij, maar heeft die waarschijnlijk wel in gang gezet bij mensen met een erfelijke aanleg daarvoor. Bij auto-immuunziekten zoals reuma en psoriasis, valt het afweersysteem delen van het eigen lichaam aan, waardoor ontstekingen kunnen ontstaan aan bijvoorbeeld de huid (psoriasis) of de gewrichten. „Waarschijnlijk heeft het inademen van chroom-6 bij mensen-met-aanleg het afweersysteem geactiveerd en zo bijgedragen bij het ontwikkelen van de ziekten.”

Aanwijzingen voor zo’n ‘adjuvant effect’ zijn gevonden bij een dierstudie, terwijl bij kleine, experimentele studies bij mensen alleen een verandering van immuuncellen werd gezien. Het RIVM erkent daarom „dat chroom-6 wel effecten kan hebben op het afweersysteem” en bijvoorbeeld allergische astma kan veroorzaken. Maar de experts zien „geen bewijs” dat door chroom-6 „auto-immuunziekten kunnen ontstaan bij mensen.”

Cohen Tervaert heeft hierover gediscussieerd met de RIVM-experts in een klankbordgroep, waarin hij zitting had: „Ik heb voorgesteld om in elk geval alle werknemers grondig te onderzoeken, zoals twintig jaar geleden is gedaan na de Bijlmerramp. Dat heeft toen niet veel opgeleverd, maar inmiddels weten we veel meer over auto-immuunziekten.” Dat voorstel nam het RIVM niet over, omdat experts daar alleen genoegen nemen met de hoogste wetenschappelijke standaard, het bevolkingsonderzoek.

Hard bewijs komt er dus niet, of pas heel laat. Cohen Tervaert ziet een parallel met borstimplantaten, waarnaar hij jaren onderzoek heeft gedaan. „In de jaren tachtig bleek al dat muizen met siliconenimplantaten vaker auto-immuunziekten zoals reuma ontwikkelden dan muizen zonder. Pas onlangs hebben we met een grote studie kunnen aantonen dat vrouwen met implantaten 45 procent vaker auto-immuunziekten krijgen krijgen dan vrouwen zonder. Zo lang kan het dus duren voor een verband definitief is bewezen.”

BRON: NRC.nl