De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 6 juni 2013 een verdachte veroordeeld voor onder meer het in bezit hebben van een kinderpornografische kalender van de Vereniging Martijn.

De rechtbank overwoog in haar vonnis dat de Hoge Raad bij uitspraak van 7 december 2010 omtrent de vraag wat moet worden verstaan ‘onder een afbeelding van een seksuele gedraging’ heeft geoordeeld dat: ‘artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht voorts ziet op een afbeelding die weliswaar niet een gedraging van expliciet seksuele aard (…) toont, maar die, gelet op de wijze waarop zij is tot stand gekomen eveneens strekt tot het opwekken van seksuele prikkeling. Hierbij kan het gaan om een afbeelding van iemand in een houding of omgeving die weliswaar op zichzelf of in andere omstandigheden ‘onschuldig’ zouden kunnen zijn, maar die in het concrete geval een onmiskenbaar seksuele strekking heeft.’

Ten aanzien van de kalender heeft de rechtbank voorts in aanmerking genomen dat deze is uitgegeven door Vereniging Martijn, een Nederlandse vereniging die streeft naar wettelijke en maatschappelijke acceptatie van seksuele relaties tussen volwassenen en kinderen en positief tegenover pedofilie staat. De rechtbank oordeelde daarom dat deze afbeeldingen, gezien vanuit het oogpunt van verdachte, in het concrete geval, aangemerkt dienen te worden als zijnde kinderporno.