Er zijn weer nieuwe verwikkelingen rondom de voormalige Enschedese neuroloog Jansen Steur. De ontdekking dat Jansen Steur in het Duitse Heilbronn aan het werk was, heeft een lawine-effect tot stand gebracht. Letselschade-expert Yme Drost vindt dat de hele beerput volledig en zo snel mogelijk open moet. Ook de eventuele rol van de farmaceutische industrie daarin moet volgens Drost worden onderzocht.

“Bijkomend voordeel is dat nu ook andere mistanden in de medische wereld aan het licht komen”, aldus Drost. Drost noemt als voorbeeld het nieuws van de NOS dat de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) het in tientallen gevallen met ‘foute’ artsen op een akkoordje heeft gegooid.

Inmiddels is bekend dat niet alleen het (dis)functioneren van Jansen Steur wordt onderzocht. Eerder werd al kritisch gekeken naar de rol van andere actoren rondom de kwestie Jansen Steur. De commissies Lemstra I en II keken onder meer kritisch naar de rollen van de Raad van Bestuur, de Raad van Commissarissen, het medisch stafbestuur en de vakgroep neurologie binnen het Medisch Spectrum Twente (MST). Ook werd gekeken naar de rol van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IZG). Het oordeel van de commissie Lemstra was ronduit vernietigend voor alle betrokkenen.

In november 2012 kwam aan het licht dat ook twee aan het MST verbonden neurochirurgen in de samenwerking met Jansen Steur een bedenkelijke rol hebben gespeeld. Meerdere patiënten ondergingen  ten onrechte een hersenoperatie. Volledige autopsies zonder toestemming van de nabestaanden was vervolgens nieuws in december 2012.

Dubieuze ziekenhuisopnames

Op dit moment  wordt het nieuws beheerst door mogelijk onjuiste wetenschappelijke publicaties van Jansen Steur. Ook claimen veel nabestaanden van vroegere patiënten van Jansen Steur dat hun familielid soms meerdere malen werd opgenomen. De opnames duurden meestal een week. Volgens de Yme Drost zijn van veel van die opnames geen dossiers meer terug te vinden. Nabestaanden zijn eenduidig in hun verhaal over die ziekenhuisopnames, aldus Drost: “Tijdens de opnames kregen patiënten veel medicijnen door Jansen Steur voorgeschreven. Tot op heden is onduidelijk wat voor medicijnen deze patiënten kregen. Veel nabestaanden geven aan dat hun familielid, kennelijk door de medicatie, alleen maar zieker werd.” Niet uitgesloten kan worden dat daardoor ook patiënten zijn overleden, of dat hun dood daardoor bespoedigd is. Gisteren bepleitte Drost daarom op Radio 1 dat er een vergelijkend onderzoek moet komen naar de sterftecijfers van patiënten van Jansen Steur in verhouding tot die van andere neurologen.

Ook rol farmaceutische industrie onderzoeken

Drost pleit er ook voor dat de rol van de farmaceutische industrie in de affaire Jansen Steur wordt onderzocht. “Aan welke medicijnentrials deed Jansen Steur mee? Hoe lopen de geldstromen? Wat zijn de financiële belangen van artsen daarbij. Worden ze wellicht (te veel) gepusht door de farmaceutische industrie? De farmaceutische industrie ziet immers graag dat haar -vaak grote- investeringen leiden tot een brede inzet van (nieuwe) medicatie. Hoe onafhankelijk zijn artsen dan nog en hoe zit het vervolgens met de patiëntveiligheid?”

Farmaceutiscshe IndustrieDrost meldt bewijzen te hebben gevonden dat patiënten van Jansen Steur meededen aan medicijnentrials, zonder dat zij daar zelf iets van af wisten, laat staan dat zij daarvoor toestemming hadden gegeven. “Ook hier zie je weer dat complete dossiers ontbreken. In één geval is alleen het kaft van het dossier er nog, met enkel de vermelding van het trialnummer van het medicijn en de naam van de patiënt daarop”, aldus Drost.

Volgens Drost is het wellicht het beste als er (wederom) een vervolg onderzoek komt. Drost pleitte op Radio 1 voor de instelling van een commissie Lemstra III. De opdracht aan die commissie zou dan moeten bevatten:

  1. Een onderzoek naar het aantal sterfgevallen onder Jansen Steur, in verhouding tot het aantal sterfgevallen bij andere neurologen;
  2. Een onderzoek naar het aantal palliatieve sedaties waarbij Jansen Steur betrokken was, met een overzicht van de daarbij toegediende medicatie in de tijd; aangevuld met een overzicht van het aantal uren dat de dood intrad na aanvang van de palliatieve sedatie, alsmede een overzicht in hoeveel gevallen vervolgens een autopsie werd verricht.
  3. Het aantal in opdracht van Jansen Steur uitgevoerde autopsies in verhouding tot die van andere neurologen. Welk belang had Jansen Steur en mogelijk de betrokken patholoog anatoom daarbij?
  4. Hoeveel wetenschappelijke publicaties van Jansen Steur zijn er en kunnen die alle nog wel in stand blijven, of moeten die worden teruggetrokken.”
  5. Bij welke met name genoemde medicijnentrials was Jansen Steur betrokken? In welke periode per trial was dat? Dit ondermeer als verbreding en vervolg op § 2.2 en § 2.3 van het rapport van de commissie Lemstra I.
  6. Welke geneesmiddelenonderzoeken zijn wel en welke niet voorgelegd aan de ethische commissie (Ecom) van het MST?
  7. Speelden bij het handelen en nalaten van Jansen Steur belangen van de farmaceutische industrie en zo ja, welke?
  8. Zijn er nog andere zaken die tot dusverre niet aan het licht zijn gekomen, maar die wel van belang zijn om volledige opening van zaken te verkrijgen inzake de kwestie Jansen Steur?

Algemeen belang volksgezondheid

Een andere effectieve(re) onderzoeksvorm wil Drost overigens zeker niet uitsluiten. “Het zou toe te juichen zijn als er snel en volledige duidelijkheid komt in de kwestie Jansen Steur. Dat komt uiteindelijk ten goede aan alle medische beroepsbeoefenaren en de openheid rond medisch verwijtbaar handelen. Ook het belang van de volksgezondheid in zijn algemeenheid is hiermee gediend”, aldus Drost.