Voormalig bestuursvoorzitter Herre Kingma van het Medisch Spectrum Twente bleef ook tijdens de behandeling van de zaak Jansen Steur voor het Regionaal Medisch Tuchtcollege in Zwolle, bij zijn bewering dat hij vóór 2009 niet heeft geweten van de foute diagnoses van de oud-neuroloog.

Letselschade-expert Yme Drost had Kingma, die medio dit jaar vertrok uit het Enschedese ziekenhuis, namens enkele voormalige patiënten van Jansen Steur aangeklaagd. Kingma wordt door de klagers verweten, dat hij pas in een heel laat stadium actie heeft genomen, terwijl hij al veel eerder bekend moet zijn geweest met de foute diagnoses en behandelingen van Jansen Steur. Volgens Drost heeft hij daarmee als arts-bestuurder het belang van de individuele gezondheidszorg van klagers geschonden.

“Het kan niet anders of hij heeft ervan geweten”

Drost hield ook voor het tuchtcollege vol dat Kingma vóór 2009 van de handelwijze van Jansen Steur op de hoogte moet zijn geweest. “Het kan niet anders of hij heeft ervan geweten. Al in 2005 heeft het ziekenhuis klachten gehad over verkeerde diagnoses en behandelingen door Jansen Steur.” Herre Kingma verweerde zich met de opmerking dat hij bij zijn aantreden in 2006 een ‘ziekenhuis in chaos’ aantrof. “Dat had prioriteit bij ons. Jansen Steur zat niet echt op het netvlies. En ook als inspecteur-generaal van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (de functie die Kingma voor zijn aantreden in het MST bekleedde) was ik niet van zijn zaak op de hoogte.”

“Ruim tweehonderd meldingen”

Yme Drost verweet de oud-voorzitter verder, dat het MST tot 2009 geen studie maakte van het groeiende aantal claims dat over de behandelingen en diagnoses van Jansen Steur bij het ziekenhuis belandde. “En er komen nog steeds zaken bij mijn kantoor binnen”, zo meldde Drost ter zitting. “Inmiddels hebben we al ruim tweehonderd meldingen ontvangen.”

Herre Kingma en Tom Zijlstra

Verweerders Herre Kingma en Tom Zijlstra © tekening Jan Hensema

“Doofpottencultuur”

De ontkenning van Kingma past volgens Yme Drost in de “doofpottencultuur” van het MST. In dat kader bekende een andere voormalig bestuurder van het MST, Tom Zijlstra, dat hij er niet bepaald trots op is dat hij destijds een met een voormalig patiënte van Jansen Steur gesloten zwijgcontract niet heeft tegengehouden. Die voormalig patiënte moest een boete van 15.000 gulden aan het MST betalen, als ze toch over de kwestie zou praten. “Mij werd verteld dat ik mijn vingers er beter niet aan kon branden.  Ik heb het er daarom maar bij gelaten. Dat was niet flink van mij en nu schaam ik me daar voor”, aldus Zijlstra.

“Zaak moest worden stilgehouden”

Zijlstra verklaarde voor het tuchtcollege dat, nadat hij Jansen Steur in december 2003 op non-actief had gezet, de toenmalige bestuursvoorzitter Ruud Ramaker de collega’s van Jansen Steur vroeg diens dossiers over te nemen. Daarbij zou Ramaker hebben gezegd dat de neurologen niet actief op zoek mochten gaan naar foutieve diagnoses en de zaak moesten stilhouden. Zijlstra verklaarde dat hij daar buiten had gestaan, omdat hij op dat moment met vakantie was.

Ramaker schitterde door afwezigheid

Oud-bestuurder Ruud Ramaker, die ook voor het tuchtcollege was gedaagd, schitterde door afwezigheid. Ook had Ramaker geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid zich schriftelijk voor het tuchtcollege te verweren. Yme Drost noemde dat tijdens de zitting “een klap in het gezicht van de slachtoffers”. Ramaker weigerde eerder al zich te verantwoorden voor de commissies Lemstra I en II en voor de commissie Hoekstra. Deze commissies deden onderzoek naar aanleiding van de kwestie Jansen Steur. Ramaker verscheen ook pas voor de rechter-commissaris in de strafzaak tegen Jansen Steur na een tweede oproep daartoe, en nadat gedreigd was hem door de ‘sterke arm’ van huis te laten halen.

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Zwolle doet in de zaak tegen de voormalige bestuurders van het MST op 10 januari 2014 om 12.30 uur uitspraak.