De Hengelose Letselschade-expert Yme Drost start een onderzoek naar de mogelijkheden om de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) mede civielrechtelijk aansprakelijk te stellen voor schade van ex-patiënten van de voormalig neuroloog Jansen Steur. Aanleiding daarvoor is de onlangs in boekvorm verschenen masterscriptie onder de titel De IGZ en haar civielrechtelijke aansprakelijkheid voor falend toezicht. De publicatie is van de hand van dochter Willemijn Drost, die eind juni afstudeerde als juriste aan de faculteit Rechtsgeleerdheid van de Radboud Universiteit Nijmegen. Zij concludeert dat civiel-rechtelijke aansprakelijkheid van de IGZ voor falend toezicht onder omstandigheden gerechtvaardigd is.

“Aansprakelijkheid van IGZ lijkt mogelijk”

Volgens Willemijn Drost lijkt civielrechtelijke aansprakelijkheid van de IGZ in een concreet geval mogelijk te zijn. Zij betoogt in haar publicatie dat als de IGZ door een toerekenbare onrechtmatige daad schade heeft veroorzaakt, zij voor haar inadequaat ingrijpen of nalaten aansprakelijk dient te worden gehouden. Volgens haar zal aansprakelijkheid van de IGZ zich met name voordoen in situaties van concreet toezichtsfalen: ondanks meldingen of waarschuwingen, verzuimt de IGZ over te gaan tot actief ingrijpen. Ook aansprakelijkheid voor algemeen toezichtsfalen is volgens haar niet ondenkbaar. Van algemeen toezichtsfalen door de IGZ is sprake als zij nalaat voldoende controle uit te oefenen.

“Patiënten moeten erop kunnen vertrouwen dat de IGZ ingrijpt”

Drost erkent in haar publicatie dat op de IGZ geen absolute civielrechtelijke handhavingsplicht rust, maar volgens haar is die beleidsvrijheid geen vrijbrief voor de IGZ om niet-handhavend op te treden. Zij stelt dat de IGZ beschikt over specifieke toezicht- en handhavingsbevoegdheden en daarnaast op grond van haar kennisoverschot op de hoogte dient te zijn van risico’s: “Patiënten moeten erop kunnen vertrouwen dat de IGZ ingrijpt wanneer dat noodzakelijk is. Bovendien mag van de IGZ verwacht worden dat zij van risico’s op de hoogte is en dergelijke risico’s waar mogelijk beperkt en voorkomt.” Een tweede argument dat zij noemt voor een civielrechtelijke beginselplicht tot handhaving is artikel 2 EVRM: “Van de IGZ mag als publiekrechtelijk toezichthouder verwacht worden dat, indien zij op de hoogte is of behoort te zijn van een direct en onmiddellijk gevaar voor patiënten, zij overgaat tot ingrijpen.” Een derde argument dat door haar wordt genoemd, is de verhoogde zorgplicht aan de zijde van de IGZ: “Als behartiger van het algemeen belang rust op de IGZ een omvangrijkere zorgplicht dan op een gewone burger. Dientengevolge wordt van haar verwacht dat zij tot ingrijpen overgaat indien zij een overtreding constateert.”

“IGZ hoofdelijk aansprakelijk”Inspectie voor de Gezondheidszorg

Volgens Willemijn Drost is het gerechtvaardigd om de IGZ civielrechtelijke aansprakelijkheid te stellen voor falend toezicht. Beperking van de aansprakelijkheid van de IGZ tot gevallen van opzet en grove schuld is volgens haar niet gewenst. Falend toezicht van de IGZ, zo motiveert zij, kan verstrekkende gevolgen hebben voor de gezondheid van derden. Toerekening op grond van schuld zou volgens haar daarom geen belemmering mogen opleveren. Hierbij is volgens haar van belang of de IGZ in een concrete situatie de ernst van het gevaar had moeten weten, niet of zij de ernst van het gevaar had kunnen weten.

Naast toerekening van een onrechtmatige daad aan de IGZ op grond van schuld, kan volgens haar toerekening ook plaatsvinden op grond van verkeersopvattingen. Dit betekent dat de onrechtmatige gedraging de IGZ kan worden toegerekend zonder dat haar een verwijt valt te maken. Dat kan volgens haar omdat de IGZ als publiekrechtelijk toezichthouder geacht wordt deskundig te zijn op het gebied van de gezondheidszorg. Daarbij wijst zij er op dat de onrechtmatige daad van de IGZ dan veelal zal bestaan uit een nalaten. Volgens haar is dan van belang om te bepalen in hoeverre de gedraging van de IGZ van invloed is geweest op het ontstaan van schade en in welke mate zij de kans op het ontstaan van schade heeft vergroot. “Van de IGZ mag als toezichthouder verwacht worden dat zij risico’s tijdig inziet en tot adequaat ingrijpen overgaat”, zo stelt zij.

Willemijn Drost: “Indien de IGZ faalt in het bewaken van de kwaliteit van de gezondheidszorg en het waarborgen van de patiëntveiligheid, kan haar een zelfstandig verwijt worden gemaakt. Alhoewel het handelen van de primaire dader in veel gevallen het meest heeft bijgedragen aan de door de derde geleden schade, betekent dit niet dat de IGZ slechts aangesproken kan worden voor haar veroorzakingsaandeel. De IGZ dient derhalve naast de primaire dader hoofdelijk aansprakelijk te zijn voor de door de derde geleden schade.”

Yme Drost

Yme P.J. Drost, re

“Casus ex-neuroloog lijkt een ideale casus”

Volgens letselschade-expert Yme Drost lijkt de casus van de ex-neuroloog Jansen Steur een ideale casus om te onderzoeken of de IGZ voor schade van ex-patiënten mede aansprakelijk kan worden gesteld. Volgens Drost is er in de casus Jansen Steur sprake van zowel algemeen als concreet toezichtsfalen door de IGZ: “Ondanks diverse meldingen en waarschuwingen, verzuimde IGZ over te gaan tot actief ingrijpen.” Daarnaast heeft volgens hem IGZ onvoldoende controle uitgeoefend. Hij ziet zich in zijn mening gesteund door de conclusies van de Commissie Hoekstra die in haar rapport “Angel en Antenne” vernietigend oordeelde over de rol van IGZ in de kwestie Jansen Steur.

Medisch tuchtcollege behandelt zaak tegen inspecteurs IGZ eind november

Mede op grond van het rapport van de Commissie Hoekstra diende Yme Drost namens vijf ex-patiënten een klacht in tegen drie voormalige inspecteurs van IGZ bij het Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle. Het medisch tuchtcollege behandelt de zaak tegen de voormalig inspecteurs op vrijdag 29 november. Begin en medio november worden de tuchtzaken behandeld tegen Jansen Steur en de voormalige leden van de raad van bestuur van het Medisch Spectrum Twente te Enschede, waar Jansen Steur als neuroloog aan verbonden was.

De publicatie van Willemijn Drost De IGZ en haar civielrechtelijke aansprakelijkheid voor falend toezicht is in boekvorm verschenen en bestaat uit 94 pagina’s (ISBN: 978-1-291-44028-7) en is voor € 9,99 te bestellen via Lulu.com.
Support independent publishing: Buy this book on Lulu.