Ernst Jansen Steur had dinsdag 38 minuten nodig voor zijn persoonlijke weerwoord in de strafzaak die tegen hem dient bij de rechtbank Overijssel in Almelo. De ex-neuroloog betuigde in zijn referaat onder meer spijt en medeleven tegenover de ex-patiënten die hij foutief behandelde en zei te hopen dat er alsnog een bijeenkomst kan worden georganiseerd om samen met hen de pijnlijke ervaringen te kunnen bespreken. Jansen Steur meldde zich diep te schamen voor het leed dat hij aan de slachtoffers heeft berokkend en  wenste hen veel sterkte toe.  De rechtbank wijst op 11 februari 2014 vonnis, nadat het Openbaar Ministerie eerder zes jaar tegen de voormalig specialist eiste.

Nu en dan leek er iets van emotie bespeurbaar tijdens de rede van Jansen Steur, die door zijn oud-patiënten bijna ademloos werd beluisterd. Ze zagen af van demonstratieve handelingen waarvan vooraf even sprake was. Ze namen niet plaats op de eerste verdieping, maar net als tijdens de inhoudelijke behandelingen van de zaak gewoon in de zaal waar dichtbij hen de omstreden medicus zijn verhaal deed.

De monoloog van Jansen Steur was er een van uitersten. Hij bekende schuld en schaamde zich. Maar tegelijk stelde hij met klem steeds naar eer en geweten en te goeder trouw te hebben gehandeld in het belang van zijn patiënten en dat het elke collega van hem had kunnen overkomen. We vatten zijn betoog in een aantal alinea’s samen.

In diepe schaamte

“Ik voer het woord vanochtend in diepe schaamte. Trouw aan de verwachtingen van patiënten moet centraal staan in de relatie dokter-patiënt. Dat heb ik beschaamd. Artsen moeten binnen die relatie in hun spreekkamer een veilige omgeving waarborgen waarbinnen patiënten hun verwachtingen en angsten zonder gene naar voren kunnen brengen. De relatie tussen arts en patiënt  wordt fundamenteel gekenmerkt door onzekerheid. Er is geen tak in de geneeskunde waar dat duidelijker naar voren komt dan in mijn aandachtsgebied, dat van de zogenoemde neurodegeneratieve afwijkingen. Op het niveau van de individuele patiënt is er nooit zekerheid over de aan- of afwezigheid van ziekte. En zo die er is, dan nog is onzeker welke medicijnen het beste kunnen aanslaan met de minste bijwerkingen. De onzekerheid van het medisch proces ligt dus aan twee kanten. Niet alleen aan de kant van de patiënt (ga ik beter worden?), maar ook aan de kant van de arts: zet ik de juiste behandeling in? Systematische studies naar het aantal misdiagnosen zijn nauwelijks voorhanden. Deels is dit een definitieprobleem, maar voor het grootste deel is dit zeer waarschijnlijk ook onvermogen en schaamte om toe te geven dat de geneeskunde feilbaar is.”

“De onzekerheid van de arts strekt zich uit over hele behandeltraject. Dat er iedere dag misdiagnosen worden gemaakt, ook en meestal door competente artsen, is dus onderdeel van de statistiek van het behandelproces in ieder ziekenhuis. Iedere arts accepteert dagelijks onbewust het risico van onjuist medisch handelen. Dit niet accepteren zou zich niet verhouden tot goed hulpverlenerschap.  Achteraf, met het obductierapport in de hand is het vaak eenvoudig uit te leggen welke symptomen veronachtzaamd werden of welk onderzoek had moeten plaatsvinden. Geen arts is immuun voor dergelijke beoordelingsfouten. Met het stijgen van het aantal patiënten neemt ook het aantal patiënten dat verkeerd behandeld wordt op gelijke voet toe. Geen arts geeft dit graag toe, ook ik niet, maar statistisch is het zeker dat dit optreedt.”

“Fouten maken is onderdeel van het beroep. Dit is iedereen bekend en iedere arts heeft spijt als haren op het hoofd als achteraf zaken over hoofd zijn gezien of onvoldoende zijn onderzocht. De laatste decennia heeft de omgang met misdiagnosen terecht meer belang gekregen in de medische opleiding. Een arts hoort op de juiste wijze met fouten om te gaan, deze te bespreken met patiënten,  vervolgens te corrigeren en ze indien nodig ook schadeloos te stellen. Ik ben bij enkele van mijn patiënten niet meer in de gelegenheid geweest fouten te herstellen omdat de behandeling door anderen was overgenomen. Daarbij is een bekend gezegde in de geneeskunde van belang: voor de laatste arts is de diagnose altijd eenvoudiger.”

“Het statusonderzoek dat door de commissie Lemstra is gedaan, is gebaseerd op patiënten die zichzelf gemeld hadden bij de commissie en is derhalve uit de aard van de selectie niet willekeurig. De niet gestaafde getallen (‘tientallen misdiagnosen’) die in de media genoemd zijn, hebben ontegenzeggelijk de behandeling van de zaak in de media van meet of aan gekleurd. Ook ik heb toegegeven dat met kennis van nu achteraf het beleid in individuele gevallen anders had moeten zijn. Dit laat onverlet dat ik tijdens mijn hele werkzame periode in Enschede te goeder trouw mijn diagnosen heb gesteld en daarop beleid heb uitgezet.”

Persoonlijk functioneren

“De neurologie was mijn leven. Een arts behoort het lijden van de aan hem toevertrouwde patiënten te verlichten, niet alleen van 9 tot 5, en niet alleen als het de arts uitkomt. Volgens deze taakopvatting heb ik altijd gewerkt. Niet omdat ik veel waardering nodig had, zoals door sommigen is gesuggereerd, maar omdat een arts deze taakopvatting volgens mij behoort te hebben. Ik richtte mijn bestaan zo in dat ik optimaal in het ziekenhuis kon functioneren. Mijn werk en mijn patiënten stonden centraal in mijn leven en ik liet het werk niet achter me op het moment dat ik het ziekenhuis verliet. Patiënten konden mij in noodgevallen direct thuis bereiken. Ik heb altijd gemeend dat juist het veilig patiëntencontact bijzonder goed geborgd was binnen mijn praktijk. Ik heb nooit geëxperimenteerd met patiënten. Mijn behandelingen zijn altijd ingegeven geweest door mijn streven het lijden van mijn patiënten te verlichten of te voorkomen. Ik zeg nog steeds dat ik vele jaren met plezier heb gewerkt in het Medisch Spectrum Twente.”

“Gedurende enkele jaren is sprake geweest van een ernstige persoonlijke crisis van mij. Ik was de weg kwijt, was verward en heb veel thuis en persoonlijk kapotgemaakt. De zeer zwarte periode in mijn leven, werd veroorzaakt door mijn ongeval in 1990 met daarna karakter- en gedragsveranderingen. Ik was manisch overactief en toonde niet adequaat gedrag; met later ook verslavingsgedrag. Ik kon handelingen niet tijdig reviseren of corrigeren en mijn eigen twijfel aan een diagnose heb ik onvoldoende gecommuniceerd met de patiënt. Ook anderen in het ziekenhuis zoals collega’s en ziekenhuispersoneel hebben het niet gemerkt, of hebben mij er niet duidelijk of dringend op gewezen. Een klokkenluider zou veel voorkomen kunnen hebben, maar die was er destijds niet.”

“Het was achteraf niet handig te gaan werken in Duitsland, het toonde te weinig respect voor alles wat zich in Nederland had afgespeeld. Ik had het achteraf niet moeten doen. Doordat mijn vak en werk als neuroloog voor mij zo levensbelangrijk waren, heb ik waarschijnlijk ondanks de verslaving nog heel veel schade kunnen voorkomen in een laatste poging het hoofd boven het water te houden. Dat te sparen dat kennelijk het meest belangrijke was in mijn leven. Daardoor heb ik misschien ook bereikt dat anderen niets gemerkt hebben. Het werk in het ziekenhuis was vermoedelijk op deze manier het laatste dat boven water bleef en moest blijven bij een verder in crisis verkerend en met zinken bedreigd schip. Hoewel ik me ook in deze fase niet onttrokken heb aan collegiale correctie of overleg, heb ik spijt als haren op mijn hoofd dat het contact met mijn collega’s over de jaren in Enschede zo ontspoord is. Ik heb er onvoldoende aan bijgedragen om dit intercollegiaal overleg weer op gang te brengen.”

“Ik heb geen moment vermoed dat ik en mijn nu ex-patiënten zo tegenover elkaar zouden staan. Mij bewust van het leed dat de misdiagnosen hebben veroorzaakt, heb ik op ieder moment medewerking verleend aan het politieonderzoek. Ten opzichte van de pers heb ik mij ook om die reden altijd terughoudend opgesteld en vrijwel alle interviews afgeslagen. Ik vind dat het onderzoek naar mijn medisch handelen gedegen moet plaatsvinden en niet op basis van oneliners in de media.”

“De getuigen-deskundigen hebben zich retrospectief kritisch over mijn functioneren uitgelaten, waarbij zij zich er volgens mij mogelijk onvoldoende van bewust zijn hoe hun woorden kunnen worden geïnterpreteerd in een strafrechtszaak. Er is tijdens mijn werkzame periode in Enschede nooit kritiek op mijn medisch handelen geleverd zoals die nu, meer dan tien jaar na dato, naar voren komt.”

Gevolgen strafrechtelijke vervolging

“Het moge duidelijk zijn dat mijn ex-patiënten het meest hebben geleden de afgelopen jaren, daarvoor moet ook de meeste aandacht zijn. Desondanks ga ik toch eenmaal proberen uit te leggen wat deze hele vervolging voor mij persoonlijk heeft betekend. Sinds 2006 is het verhaal van de zwalkende neuroloog voortdurend in de pers geweest. Vanaf het begin is het gebruik van foto’s, video en mijn volledige naam hierbij niet geschuwd. Wat begon op regionaal niveau werd al gauw in de landelijke pers overgenomen. Op dit moment is er een Wikipedia-pagina waar mijn volledige biografie, of datgene wat op basis van suggesties, fantasie, interpretaties en fragmenten in de pers werd samengesteld, nagelezen kan worden. Niet alleen in het Nederlands, maar ook in het Duits en Engels. Deze pagina linkt door naar krantenartikelen waar niet alleen mijn naam, maar ook de namen van mijn ex-vrouw en kinderen en hun beroepen en werkplaatsen worden genoemd.”

“Als in de media over disfunctionerende artsen wordt gesproken, wordt tegenwoordig altijd mijn naam genoemd en mijn foto getoond, meestal zonder kennis van zaken. De persoonlijke omstandigheden die in de behandeling van deze zaak aan bod zijn gekomen waren feitelijk al enkele jaren te vinden op het internet. Het is schokkend om te zien – en ik meen ook werkelijk schokkend voor mijn ex-patiënten om wie deze zaak draait –  hoe deze trieste zaak tot mikpunt van spot werd. Ik werd Horror Doktor en Dr Frankestein genoemd en met Joseph Mengele vergeleken. Geen weldenkend mens zou het durven zeggen of over zijn kant laten gaan, maar vanwege de publieke stemming was dit onmogelijk om aan te vechten. Er zijn op dit moment bijna een miljoen Google reacties op mijn naam. Wat daar staat gaat nooit meer weg! Er zijn zaken gezegd op televisie die medisch gezien pertinent onjuist zijn. Het heeft mij verbijsterd dat dit alles ongefilterd gebracht werd. Ik ben zielsblij dat de slechte periode in de persoonlijke crisis en verwardheid die ik doormaakte zo’n tien tot vijftien jaar geleden voorbij is. Maar maar deze status van misdadiger, crimineel en onmens van de laatste jaren is voor mij zwaarder te dragen.”

Speciaal woord tot ex-patiënten

“Dat mijn ex-patiënten en ik elkaar hier voor de strafrechter treffen, betreur ik meer dan ik kan uiten en het geeft me een afschuwelijk schaamtegevoel. Ik heb ontegenzeggelijk in mijn ziekelijke periode in Enschede beoordelingsfouten gemaakt in mijn handelen. Dit zijn tekortkomingen waarvan ik me bij de behandeling van deze patiënten niet bewust ben geweest. Ik heb nooit opzettelijk foute diagnoses gesteld, niet met opzet patiënten in een hulpeloze toestand gebracht en gelaten, heb niet met enige opzet de gezondheid van mijn patiënten benadeeld. Ik had kortom nooit iets anders voor ogen dan de gezondheid van de patiënt. Het spijt me dat de gevolgen van mijn handelen in uw geval zo desastreus zijn geweest. Er zijn u en uw omgeving helaas afschuwelijke medische gebeurtenissen overkomen, dit leed is onnoemelijk groot. Ik besef dit dagelijks, het is voor u een heel grote last. Het had niet mogen gebeuren. Ik leef met u slachtoffers en mijn ex-patiënten mee, meer dan ik kan zeggen. Mijn schaamte is groot, ik wens u allen heel veel sterkte.”

“In oktober van dit jaar heb ik nog geprobeerd, in samenwerking met de letselschadespecialist, een contactgebeuren in Twente met de ex-patiënten te organiseren, om buiten de rechtszaal en buiten de publiciteit te proberen samen te praten over de rampzalige gebeurtenissen die gepasseerd zijn. Dit werd helaas door Slachtofferhulp afgeraden. Ik sta voor een hernieuwde poging tot contact nog altijd zeer open. Deze voor alle partijen, het meest voor de slachtoffers, ellendige rechtsgang wordt in februari 2014 beëindigd. Voor alle partijen hoog tijd. We moeten, hoe dan ook en waar dan ook en met z’n allen vedan, zoals ze in Twente zeggen.”