“Het was weer één grote leugen”, oordeelde Wim van Losser donderdag na dag vier van de strafzaak tegen oud-neuroloog Ernst Jansen Steur. De Rijssenaar verkocht, na het horen van de boodschap dat hij niet lang meer te leven had, zijn huis en werd hyperactief nadat Jansen Steur bij hem ten onrechte het medicijn Exelon had voorgeschreven. De oud-neuroloog liet hem op een gegeven moment zelfs naar huis gaan met het medicijn Exelon, dat op naam stond van een andere patiënt. Die andere patiënt werd door de politie benaderd, maar verklaarde nimmer het middel Exelon voorgeschreven te hebben gekregen. Hij had ook geen ziekte waarvoor Exelon kon worden voorgeschreven. Jansen Steur kon zich het allemaal niet meer herinneren. Tijdens de eerste zittingsdag werd overigens al duidelijk dat de oud-neuroloog lukraak op naam van anderen medicijnen uitschreef, die hij vervolgens zelf afhaalde. Hij deed dat voor eigen gebruik en om medicatie aan patiënten te kunnen verstrekken.

“Een pathologische leugenaar”

Wim van Losser verwondert zich al niet meer over de proceshouding van Jansen Steur. “Je raakt eraan gewend, zelfs als het om je zelf gaat. Jansen heeft vandaag opnieuw bewezen een pathologische leugenaar te zijn en hij probeert ook nog eens op een asociale manier onder zijn straf uit te komen. Hij ontkent bijvoorbeeld glashard dat hij tegen me heeft gezegd, dat ik nog maar een half tot twee jaar te leven had. En hij beweert dat ik al in 1968 ernstige psychische problemen heb gehad als gevolg van Alzheimer. Jammer genoeg krijgen we zelf, al is dat begrijpelijk en hoort het zo in de rechtbank te gaan, niet de kans om ons eigen verhaal te vertellen. In 1968 heb ik een ernstig ongeluk gehad, waarbij veertien personen betrokken waren. Mijn vrouw, die op dat moment in verwachting was, was erbij en mijn schoonmoeder heeft zeker drie kwartier in de auto gezeten terwijl iedereen dacht dat ze niet meer leefde. Ik was de enige die op de dag van dat ongeluk niets mankeerde. Maar de dag erna kon ik niet lopen, omdat mijn spieren rond mijn bloedvaten waren gesprongen van de schrik. Ik had me kennelijk schrap gezet voor de klap die ik zag aankomen. Dat ongeval heeft helemaal niets met mijn ziekte te maken, maar hij heeft het er wel bijgehaald. Ik heb het toch ook niet over de problemen die zijn vader heeft gehad? Daar bemoei ik me niet mee en die doen er hier ook niet toe. Dit heeft bij mij wel kwaad bloed gezet. Maar er komt een dag dat hij op zijn daden wordt afgerekend. Hij kan volgens mij geen kant meer op, zelfs de getuigen-deskundigen waren vandaag kwaad op hem. En zijn advocaat werd nota bene gecorrigeerd door de rechtbank. Ik weet niet of hij een hoge straf krijgt. Dat maakt me ook niet uit, als het recht zijn loop maar krijgt.”

“Het sloopt, zeker als het over jezelf gaat”

Wim van Losser keek naar eigen zeggen terug op een ‘erg inspannende’ vierde zittingsdag. “Het sloopt, zeker als het over jezelf gaat. In de behandeling van de zaak voel je je ook elke dag weer echt slachtoffer. Maar volgende week ben ik hier weer, om de andere patiënten te steunen. Dat hebben ze ook bij mij gedaan. Dit is ook een min of meer sociaal gebeuren en belangrijk voor de verwerking.”