Begin juli 2019 is een commissie ingesteld om de schadeafhandeling bij beroepsziekten eenvoudiger te maken. Dit gebeurde in opdracht van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De commissie heeft de opdracht met voorstellen te komen om het schadeverhaal­proces te vereenvoudigen. Daarmee versnel dit proces voor slachtoffers van beroepsziekten

Op 5 juli informeerde staatssecretaris Van Ark de Tweede Kamer per brief over het instellen van de onafhankelijke commissie. De commissie heet voluit commissie ‘Vergemakkelijking Schadeafhandeling Beroepsziekten’.
Ook deelde hij mee uit welke leden de commissie bestaat en dat zij de taak hebben om vóór 31 december 2019 advies uit te brengen. Daarnaast zal de commissie aanbevelingen opstellen voor een betere organisatie van het schadeafhandelingsproces bij beroepsziekten door blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Hier wordt gedacht aan blootstelling aan bijvoorbeeld chroom-6 en asbest.

Omschrijving begrip voor de commissie

Voor de commissie is het begrip ‘beroepsziekte’ beperkt tot ‘een ziekte of aandoening als gevolg van blootstelling aan gevaarlijke stoffen die in overwegende mate in arbeid of arbeidsomstandigheden heeft plaatsgevonden’. Daarmee blijven andere beroepsziekten, zoals psychische aandoeningen en aandoeningen aan het houdings- en bewegingsapparaat, buiten beschouwing – hoewel deze vaker voorkomen.

Taakomschrijving

De volledige taakomschrijving luidt: de commissie heeft als taak om advies uit te brengen over een betere organisatie van schadeafhandeling bij beroepsziekten en doet daartoe verbetervoorstellen. Het advies gaat in op de volgende punten:

A.  De verbeteringen die binnen het huidig proces om een schadevergoeding te claimen kunnen worden aangebracht in verband met een beroepsziekte binnen de kaders van het bestaande aansprakelijkheids- en schadevergoedings- en procesrecht, waarbij wordt ingegaan op de volgende aspecten:
1°.  De benadering en behandeling van (ex-)werknemers die in verband met een beroepsziekte een verzoek om schadevergoeding indienen of willen indienen bij hun werkgever of voormalige werkgever;
2°.  De mogelijkheden om een deskundig advies te verkrijgen over de causaliteit van een beroepsziekte met het oog op de afhandeling van de claim tot schadevergoeding;
3°.  De wijze waarop de informatievoorziening over beroepsziekten en de gevolgen daarvan kan worden verbeterd;
4°.  De behandeling van schadevergoedingsverzoeken van situaties waarin de (ex-)werknemer aan een beroepsziekte lijdt, maar geen werkgever (meer) heeft van wie schadevergoeding kan worden geëist.

B. De mogelijkheden ten aanzien van het formuleren van uitgangspunten voor breed gedragen en praktische richtsnoeren ten behoeve van werkgevers voor compensatie of tegemoetkoming bij beroepsziekten, binnen de kaders van het bestaande aansprakelijkheids- en schadevergoedings- en procesrecht, met aandacht voor een eventuele onafhankelijke uitvoering daarvan.

C.  De wenselijkheid en mogelijkheid om de afwikkeling van schadeclaims van beroepsziekten op andere wijze te organiseren dan nu het geval is, waaronder een wet inzake aansprakelijkheidsverzekering voor beroepsziekten.

De commissie wordt uiterlijk vier maanden na oplevering van het adviesrapport opgeheven.