De Hoge Raad heeft op 19 juli 2019 belangrijke antwoorden gegeven op vragen van de rechtbank over de gevolgen van de gaswinning in Groningen. Daarbij gaat het over aansprakelijkheid voor schade die het gevolg is van aardbevingen door gaswinning uit het Groningenveld.

De gaswinning uit het Groningenveld in Groningen vindt plaats op basis van een door de Nederlandse Staat aan de Nederlandse Aardolie Maatschap (NAM) verleende concessie. Het beleid over de gaswinning wordt gevoerd door een maatschap, waarin de NAM samenwerkt met het staatsbedrijf EBN (Energie Beheer Nederland). Via deze maatschap delen de NAM en EBN het economische belang bij de gaswinning.

Oordeel Hoge Raad over de aansprakelijkheid

De uitspraak van de Hoge Raad houdt over de gronden voor aansprakelijkheid -kort samengevat- het volgende in:

De Hoge Raad oordeelt dat niet alleen de NAM, maar ook EBN op grond van risicoaansprakelijkheid kan worden aangesproken. Risicoaansprakelijkheid betekent dat er aansprakelijkheid is zonder dat sprake hoeft te zijn van verwijtbaarheid. In dit geval moet er schadevergoeding worden betaald voor schade die ontstaat door beweging van de bodem – zoals bijvoorbeeld een aardbeving – als die bodembeweging het gevolg is van gaswinning.

Verder is de Hoge Raad van oordeel dat de Nederlandse Staat in ieder geval vanaf 1 januari 2005 op de hoogte had moeten zijn van de reële kans op ernstige of wijdverbreide schade door aardbevingen als gevolg van de gaswinning. Voor de vraag of de Staat ook aansprakelijk is, is beslissend of de Staat heeft nagelaten tijdig (vanaf 1 januari 2005) passende en redelijkerwijs te verlangen maatregelen te nemen om aardbevingsschade te voorkomen.

Welke schade komt voor vergoeding in aanmerking?

Op vragen welke schade, die in verband met aardbevingen door gaswinning voor vergoeding in aanmerking kan komen, antwoordt de Hoge Raad -kort samengevat- het volgende:

Indien als gevolg van een aardbeving schade is ontstaan aan een woning of ander gebouw, kan de toe te kennen schadevergoeding niet worden verminderd om de enkele reden dat die woning of dat gebouw aardbevingen niet zonder schade kon doorstaan.

Een woning boven het Groningenveld kan minder waard zijn doordat potentiële kopers het risico op toekomstige aardbevingen betrekken bij hun inschatting van de waarde van die woning. Bij verkoop van de woning komt deze schade voor vergoeding in aanmerking. Wel is het mogelijk dat de rechter aan de benadeelde een voorschot voor deze schade toekent. Het moet dan gaan om een geval waarin voldoende zeker is dat ten minste tot het bedrag van het voorschot schade door waardeverlies zal worden geleden.

Als iemand die in het bewuste gebied woont, woongenot is misgelopen als gevolg van door gaswinning veroorzaakte aardbevingen, komt die schade volgens de Hoge Raad ook voor vergoeding in aanmerking. Die schade moet worden geschat. Als de bewoner ook eigenaar is, kan daarbij worden uitgegaan van het verschil in huur dat de woning zou opbrengen met en zonder het risico op aardbevingen. Als de bewoner huurder is, kan worden uitgegaan van het verschil tussen de marktconforme huur die met het risico op aardbevingen voor de woning betaald zou moeten worden, en de daadwerkelijk betaalde huur.

De Hoge Raad oordeelt verder dat aan een benadeelde onder omstandigheden ook smartengeld kan worden toegekend. Vergoeding is mogelijk als de benadeelde geestelijk letsel heeft opgelopen, of als de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen meebrengen dat sprake is van een aantasting in de persoon op andere wijze. Dat moet van geval tot geval worden beoordeeld. Verder overweegt de Hoge Raad dat de rechtbank wel kan beslissen dat alle bewoners van een specifiek getroffen gebied boven het Groningenveld ten minste een bepaald bedrag aan immateriële schade (smartengeld) hebben geleden en vergoeding daarvan kunnen vorderen.

Drost Letselschade staat slachtoffers bij

Letselschade-expert Yme Drost is blij met deze beslissing van de Hoge Raad. Drost, die meerdere slachtoffers van de aardbevingschade bijstaat, hoopt dat de letselschade van deze slachtoffers nu snel geregeld kan worden. “Er zijn mensen die psychisch in een nood-situatie zitten. Ik hoop dat we die mensen met deze uitspraak van de Hoge Raad nu snel kunnen helpen, zodat er voor hen weer een toekomst is.”

Bron: rechtspraak.nl